Zomers koolrabislaatje met aardbeienvinaigrette

De koolrabi jawel. Die pracht van een zomergroente waar ik het eens serieus met jullie over wil hebben. Want amai ik heb wat opgevangen! De groentesceptici onder jullie trekken blijkbaar al eens subtiel de neus op voor deze zachtaardige loebas ‘want hoor ik daar kool?’ En in koor: ‘Een kolige winter zal wel volstaan zeker? Dat de zomer daar ook moet aan geloven! Scheer je weg!’ Maar zet die weerstand maar even opzij want de koolrabi móet je gewoon leren kennen. Ik daag bij deze alle koolrabivrezers uit een koolrabi te schillen en er simpelweg plakjes van te snijden. Have a seat en proef! Kolig? Misschien een beetje. Maar ook fruitig! Intens krokant. Subtiel zoet. En karakter, mensen. Bakken karakter! Ja, deze kolige knol (of is het knollige kool?) heeft het allemaal.

Fruitig en fris

Het was zijn stoere fruitigheid die me tot dit recept bracht. Mijn favoriete boeren -die ze zelf kweken dus die kunnen het weten- zeiden ooit: ‘Zo’n koolrabi, recht van het veld, dat eet ik gewoon als een appeltje, zo uit het vuistje.’ En jawel, mensen, dat kan dus. Geef uw kinderen dus voortaan gerust koolrabischijfjes ipv appelschijfjes mee als tienuurtje.
Dat fruitige als aanzet dus. Maar wie mij kent, weet dat daar bij voorkeur nog wat fris constrast bij mag. En een vinaigrette natuurlijk. Want wat is de zomer zonder!

Een slaatje dus. Eenvoudig en snel. Voor jullie. Omdat het zomer is.

Proef de zomer van Velt

Dit stukje schreef ik ter ere van de zomerkeuken van Velt, een initiatief dat mensen wil inspireren om te koken volgens het seizoen. Seizoensgebonden koken verkleint je ecologische voetafdruk en is op die manier zacht voor ons milieu. Elk seizoen biedt je een schat aan groenten in alle kleuren, smaken en maten. De groentekalender van Velt verklapt je welke groenten dat zijn maand per maand.
Velt wil van elk seizoen een feest maken door samen te koken, eten en genieten. Geniet je graag mee? Maak dan jouw favoriete zomergerecht voor je vrienden, collega’s of familie. Laat via het  facebookevenement weten wat de zomerkeuken voor jou zo bijzonder maakt en win één van de mooie ecoprijzen. Geniet van jouw zomer!

Koolrabisalade met aardbeienvinaigrette 

Voor vier personen
1 grote of twee kleinere koolrabi’s
paar takjes munt
Sjalotje
1 el citroensap
peper en zout
80 g pijnboompitten
handje zoete rijpe bio aardbeien

Voor de vinaigrette
handje zoete rijpe bio aardbeien
1 el mosterd
100 ml saffloerolie (of andere slaolie)
50 ml appelazijn
peper en zout

Snijd de koolrabi in hele dunne frietjes. Besprenkel met citroensap en  breng op smaak met peper en zout. Hussel even door elkaar en laat rusten.

Versnipper het sjalotje en rits  de munt van de takjes
Rooster de pijnboompitten op een matig vuur tot goudbruin in een droge pan (loop niet weg want voor je het weet zijn ze zwart!)

Maak een vinaigrette door de olie, azijn, mosterd, aardbeien te mixen. Smaak af met peper en zout.

Dresseer de salade met de vinaigrette, werk af met pijnboompitten, munt en de overgebleven aardbeien. De liefhebbers kunnen nog garneren met vlokken zachte geitenkaas.

Serveer met gekruide looktoastjes of als bijgerecht bij een groenteBBQ of ander zomers feestgerecht.

 

 

 

Griekse rijstballetjes

IMG_8419

Dat het van december geleden is dat ik nog iets heb laten horen. Het is een regelrechte schande! Ik begrijp het dus volkomen als jullie intussen zijn weggelopen naar andere en hippere foodblogs maar desondanks hoop ik tegen alle verwachtingen in dat jullie gewoon hondstrouw zijn. Want jawel Netflix heeft de wedstrijd deze avond niet gewonnen. Ik ga heldhaftig de strijd aan tegen dichtvallende oogleden en dichtslibbende hersencellen want ik heb een receptje dat jullie, dat weet ik wel zeker, zal kunnen bekoren. ‘Waarom?’  durven jullie mij onbeschaamd -want zo zijn jullie en daarom heb ik jullie zo graag- vragen? Ewel! zeg ik u. Is het niet omdat het zo lekker is, dan wel omdat het zo gemakkelijk, zo goedkoop en zo klaar in een wip is. Nog niet voldoende? Het eco gehalte van dit recept is hoog en de gezonde ingrediënten talrijk.
Laat het ons dus kort houden: Deze ballen wil je hebben. Deze ballen zullen scoren. Bij uw kinderen, bij de verstokte vleeseter en bij uw strakke weekplanning. Lees dus maar gewoon verder en vergeet, toegeeflijk als jullie ook wel zijn, dat ik jullie zo lang heb verwaarloosd want dit recept kan iedereen krijgen! Zelfs uw schoonmoeder.

Het uitgangspunt is al even simpel als de rest van het recept: Je zit met een restje rijst. Niet zo eco op zich, dat restje, ik weet het, maar laat ons eerlijk zijn: het overkomt ons allemaal. Het hoeft bovendien niet perse rijst te zijn. Een ander restje graan mag ook en ach kom laat ik meteen gul zijn: een restje van om het even wat mag! Dat restje wordt immers de basis van onze overheerlijke balletjes. Het recept dat ik jullie hier verklap is dan ook een aanzet, een voorbeeld en zeker geen dogma want gelukkig zijn er heel wat meer balletjes onder de zon dan Griekse. Italiaanse, Franse, Mexicaanse en Indische: ze zijn  allemaal even welkom. Onze restjes hebben het hier voor het zeggen dus zij bepalen welke balletjes jij vanavond op je bord krijgt.

Waarom werden het deze keer Griekse balletjes? Omdat een restje feta, een restje spinazie en een restje zwarte olijven mij aankeken en ‘duh’ zeiden. Ze wisten wat ze wilden en daar hadden ze helemaal gelijk in.

Maar met andere restjes weer andere balletjes. Ik kijk nu al uit naar jullie wildste creaties.

IMG_8520

Griekse rijstballetjes

Voor 20 balletjes
400g gekookte rijst
200g gestoofde spinazie
10 zwarte olijven
80g pijnboompitten
80g rozijnen
150g feta
peper en zout

Doe de afgekoelde rijst in een kom.
Hak de gestoofde spinazie fijn en voeg toe.
Snijd de olijven in dunne schijfjes en voeg toe
Rooster de pijnboompitten goudbruin in een droge pan en voeg toe.
Verkruimel de feta en voeg toe. Meng alles en breng op smaak met peper en zout.
Kneed met je handen alles tot een stevig kleverig deeg. Is het deeg te nat? Voeg wat broodkruim of paneermeel toe.
Bak de balletjes in olijfolie tot goudbruin. Draai regelmatig om. Je kan de balletjes ook frituren of afbakken in de oven.

Italiaanse balletjes? Denk zongedroogde tomaatjes, mozarella, basilicum
Franse balletjes? Denk brie, champignons,  gebakken ajuin, peterselie
Indische balletjes? Denk zoete aardappel, bloemkool, erwtjes, rode linzen

IMG_8464

Aquafabuleuze frambozensorbet

img_4180

Mijn  eerste aquafaba-experimentje was meteen een voltreffer! Aquawatte? Aquafaba is een plantaardige eiwitvervanger die bestaat uit niet meer dan… het kookvocht van kikkererwten. Ik zie er al een paar hun neus optrekken voor dit peulvruchtennat maar dat is nochtans nergens voor nodig. Bij elke bokaal kikkererwten die je opendraait, heb je er gratis een portie toverwater bij waarmee je alles kan wat met eiwit kan: merengues, chocolademousse, cake, ile flottant en… sorbet! En dat was meteen ook ons eerste recept met dit wondermiddel. Lékker, zeg ik u!

img_4178

Aquafabuleuze frambozensorbet!

Nodig voor een halve liter sorbet

150 ml aquafaba
2 eetlepels rietsuiker
300g (diepvries)frambozen
sap en zeste van een halve citroen
100 ml ahornsiroop

Als je diepvriesframbozen gebruikt, laat je de frambozen eerst ontdooien.
Mix de frambozen met de zeste en sap van de halve citroen en de ahornsiroop
Klop de aquafaba op met de rietsuiker (zoals je eiwit opklopt). Dit kan gemakkelijk 5 minuutjes duren.
Schep de aquafaba voorzichtig onder de frambozenmix. Vries in. Roer het eerste uur elke 15 minuten het ijs om zodat je geen kristalvorming krijgt.

Ik heb nog geen ervaring met aqua faba van zelfgekookte kikkererwten? Lukt dat even goed, kenners?

Stoere linzenburgers

En jawel, ik heb nog meer peulvruchtlekkers voor jullie! En dit keer zijn die heerlijke linzen aan de beurt. Voor vegetariërs die de volle umami smaak van vlees zouden missen, linzen kunnen die goesting aan! Als je ze op de juiste manier kookt en op smaak brengt, zijn ze zo vol en stoer van smaak dat je er nooit genoeg van krijgt. Geen andere soort peulvrucht kan voor mij deze rijkheid evenaren.

Rode linzen prefereer ik in oosterse of Afrikaanse gerechten. Groene linzen draai ik liefst door mijn zuiderse, Franse en Belgische kost. Stoofpotjes, slaatjes en… burgers uiteraard! De gele en bruine liggen daar een beetje tussenin maar de groene en rode zijn de vaste gasten in mijn keuken.

Rode linzen houden van komijn, koriander, kaneel curry, cardamom, kokosmelk, chili, paprikapoeder, curcuma, citroengras en limoenblaadjes.
Groene linzen zijn echte diva’s in het gezelschap van laurier, kruidnagel, tijm, nootmuskaat,  rozemarijn, bonenkruid, zwarte peper, oregano, dille en dragon.

Wij gingen deze zomer voor een groenelinzenburger. En lekker dat die was!

img_3896
Stoere linzenburgers

Nodig voor acht burgers:
200g droge groene linzen (Ik vind Du Puy de lekkerste)
1 grote ui versnipperd
1 teen look geperst
1/2 rode paprika in brunoise
1 el balsamicoazijn
1 el currypoeder
1/2 tl chilipoeder
1 el (gerookt) paprikapoeder
250 g havervlokken
1 el bouillon (Morga) in 3 liter heet water
2 laurierblaadjes
1 takje tijm
olijfolie

Spoel de linzen grondig. Rooster ze even in een droge pan. Blus dan met de bouillon, voeg laurier en tijm toe en laat sudderen tot de linzen zacht gaar zijn. Zeef ze van het overgebleven kookvocht en verwijder laurierblad en tijm (dit vocht kan je nog perfect gebruiken als basis voor een soep of saus).

Stoof de ui en paprika met de look in een scheut olijfolie. Voeg de currypoeder toe. Blus met de balsamicoazijn. Voeg peper en zout toe naar smaak. Laat sudderen op laag vuur tot een lichtjes goudbruin.
Voeg toe aan de linzen. Voeg de havervlokken en het paprikapoeder toe. Meng goed en laat rusten. De havervlokken nemen nu het vocht op van de linzen en groenten. Smaak af met peper en zout. Als de linzen zijn afgekoeld, vorm je met je handen  ongeveer acht  burgers. Mocht het deeg nog te kleverig zijn, voeg je nog wat havervlokken of wat paneermeel toe.

Bak de burgers in hete olijfolie aan beide kanten goudbruin op een stevig vuur. Laat ze nadien op laag vuur langs beide zijden nog een beetje uitbakken.
Serveer op een broodje met augurk en ketchup of met gebakken aardappeltjes en een lekker slaatje.

 

 

 

Gekarameliseerde kikkererwten met citroen en tomaat

img_3966

Wie wil weten waarom ik het in deze blogpost alweer over peulvruchten heb, moet het vorige stukje lezen. Drie nazomerse receptjes met deze kanjers heb ik jullie beloofd dus hier komt nummer twee en die wordt ongetwijfeld een hit want eenvoudiger lekkers bestaat niet!

Kikkererwten zijn eindeloos. Falafel, humus, tajine en … gewoon simpelweg gebakken of geroosterd! Als het hier snel moet gaan, gooi ik gewoon een uitgelekte bokaal kikkererwten in een pan. Olijfolie, curry, look en een scheut balsamico erbij en goed goudbruin laten bakken tot ze knisperen en poffen. Lekker bij zowat elk gerecht. Ook koud een delicatesse, bij slaatjes of gewoon uit het vuistje als snack. Meer dan goedgekeurd door dochterlief. Allez, een voltreffer van formaat.
Maar tijdens de vakantie mag dat bakken wat meer hebben, niet? Dus maakten we gebakken kikkererwten de luxe. Genieten!

Gekarameliseerde kikkererwten met citroen en tomaat

Nodig voor vier
400g (droge) kikkererwten of twee bokalen van 250g (uitgelekt gewicht)
4 zongerijpte tomaten in partjes
1/2 citroen in maantjes
1/2 citroen geperst
3 el sojasaus
3 el ahornsiroop
1 el (gerookt) paprikapoeder
1 tl komijnpoeder
1 tl korianderpoeder
3 blaadjes laurier
2 kruidnagels
2 tenen geperste look
olijfolie

Week de kikkererwten gedurende minstens twaalf uur (de avond voordien in de week zetten is prima). Giet het weekvocht weg en spoel grondig. Laat gedurende minstens een uur koken in vier keer zoveel water. Schep tussendoor het schuim van het kookwater weg. De kikkererwten moeten goed gaar zijn maar niet platgekookt. Volledig gare peulvruchten zijn veel zachter voor je darmen.

Verwarm de oven voor op 180°C. Giet de goed uitgelekte kikkererwten in een ovenschaal. Voeg een gulle scheut olijfolie en alle andere ingrediënten toe. Hussel alles goed door elkaar. Laat gedurende 40 minuten (of tot de kikkererwten goudbruin worden) bakken. De schijfjes citroen zorgen voor de smaak maar je hoeft ze uiteraard niet op te peuzelen -net zoals de laurierblaadjes en de kruidnagels.

 

Witte bonen in tomatensaus -zoals je ze nog nooit at maar altijd zou moeten eten

img_4157

O wat ben ik hier al veel te lang niet meer gepasseerd! Mijn vakantie zat stamp-zalig-vol met zon, trage tijd, zuiders eten, boeken en mijn liefsten. Maar nu is het weer zo druk dat ik niet weet waar eerst. Na een dag laptop heb ik echt geen zin om er ’s avonds weer achter te kruipen. Dan is er vooral de behoefte aan een leeg hoofd en roer ik liever in mijn potten dan erover te schrijven. Maar daardoor zit ik hier nu wel met een heel arsenaal aan opgespaarde zomerrecepten terwijl de herfst het land al is binnengevallen verdorie. Laten we dat eenvoudig oplossen door haar te paaien met haar favoriete koosnaam Indian Summer. Daar fleurt ze helemaal van op en dan kunnen jullie zich nog te goed doen aan een paar zonovergoten gerechtjes de komende weken!

Mijn verblijf in Frankrijk stond in het teken van de verheerlijking van één van mijn lievelingsingrediënten: peulvruchten! Ik improviseerde en experimenteerde met linzen, bonen en kikkererwten dat het een lieve lust was. Een paar toppertjes wil ik jullie niet onthouden. Heel eenvoudige luie receptjes zijn het. Omdat dat eigenlijk de beste zijn. Omdat goede, eerlijke ingrediënten voor zichzelf spreken en weinig opsmuk behoeven. En voor wie mijn ode aan de peulvrucht nog niet hoorde: ze zijn zo gezond, ze zijn de ultieme vleesvervanger, ze zijn heel betaalbaar, je kan er alle culinaire kanten mee uit,  ze zijn er in zoveel soorten, maten en smaken, je bewaart ze -in gedroogde staat- jaren, gewoon bij kamertemperatuur, in een bokaal en ze zijn uiteraard bovenal verdomd lekker. Waar wacht je nog op?

Beginnen doen we met een échte klassieker: witte bonen in tomatensaus! Maar dan helemaal hoe het hoort. Slow cooking en al! Na dit recept lust je geen bonen uit bokaal meer.

img_3972

Witte bonen in de beste tomatensaus 

Voor vier
500 g droge witte bonen
8 bloedrode biologische zachtrijpe tomaten
2 uien
3 tenen look
3 laurierbladeren
2 dikke takjes tijm
1 takje vers bonenkruid of 1 tl gedroogd bonenkruid
peper van de molen
zuiver zeezout (ik ben fan van Danival!)
2 el balsamicoazijn
twee scheuten rode wijn
de beste olijfolie

Zet de bonen bij voorkeur minstens 12 u te week (de avond voordien is prima). Giet het weekvocht af, spoel grondig en zet op het vuur in ruim water (vier keer de hoeveelheid van je bonen).  Kook tot ze zachtgaar zijn (beetgare bonen zijn niet lekker en dat vinden je darmen ook!) maar ook weer niet compleet pureeplat. Dit duurt ongeveer een dik uur.

Verwarm de oven voor op 180°C. Snijd de tomaten in 3 cm dikke blokken. Doorprik de tenen look en kneus ze met het plat van een hakmes. Schik tomaten en look in een ovenschotel. Besprenkel  ze gul met olijfolie, voeg een eetlepel balsamicoazijn, een scheut rode wijn, de tijm, laurier, bonenkruid toe. Breng op smaak met peper en zout. Hussel alles goed door elkaar en laat gedurende een half uur sudderen in de oven.

Snijd de ui fijn en fruit op een medium vuur in een ruime pot met dikke bodem. Fruit tot de ui heel lichtbruin wordt. Blus met een eetlepel balsamico en een scheut rode wijn. Vis de look uit de schotel met tomaten en nijp de pulp eruit. Voeg de tomaten met look toe aan de uien en laat zachtjes pruttelen op een laag vuur. Voeg na vijf minuten de bonen toe en laat nog tien minuten pruttelen. Breng op smaak met peper en zout.

 

Yvestown. Koken is koesteren.

IMG_3677

Het is hartje zomer. Ik keerde gisteren terug naar België na twee weken in een gloedheet Italië. Reizen is fijn maar voor mij is thuiskomen dat nog meer. Mijn thuis is waar mijn keuken staat en waar ik naar het zelfoogstveld kan fietsen om kersverse biogroenten te gaan oogsten. Eenvoudig genieten van elk klein moment. En dat koesteren. Dankbaar zijn voor wat ik heb. En voor wie ik mag liefhebben. Hier en nu.

En dat is nu net het gevoel dat ik terugvind in dit mooie kookboek. Want ja, dit boek staat niet alleen boordevol lekkers maar is ook nog eens een lust voor het oog. Zo’n boek om traag en lui -in de zomer in je hangmat en in de winter onder een dekentje- in te blijven bladeren. Gewoon al voor de feelgood die het je geeft.

Het fijne aan dit boek is dat het geen pretentie heeft. De recepten zijn net zo toegankelijk als de layout. Dit boek is als een huis met openstaande deuren. Laagdrempelig maar meer dan smaakvol.  Je kan er zonder kloppen naar binnen.
Geen oeverloze lijst ingrediënten, geen bereiding van 101 stappen, geen ingewikkelde terminologie. Neen, what you see is what you get. De recepten zijn dus zeker ook een zegen voor de drukbezette mens. Relaxen en koken gaan hier prima samen.

Het boek wandelt met jou door de seizoenen en biedt je afhankelijk hiervan verfrissend of hartverwarmend lekkers. Als ecofiel vind ik het wel jammer dat er in die seizoenen niet uitsluitend gebruik gemaakt wordt van lokale seizoengroenten. Een chiligerecht is voor mij eigenlijk een zomergerecht en hoort dus niet thuis in het hoofdstuk winter aangezien paprika en tomaten in de zomer hier kunnen geteeld worden. Dit geldt ook voor het heerlijke Valentijnsgerechtje want aardbeien en frambozen moeten in februari helaas worden aangevoerd uit warme landen en hebben zo een behoorlijke ecologische voetafdruk. Maar hier kan je wel je toevlucht nemen tot diepvriesfruit.

Van diezelfde ecofiel had het boek nog wat minder vlees en vis mogen bevatten. Begrijp me niet verkeerd, er staat heel wat veggie lekkers in dit boek maar een tonijnslaatje zet ik in deze overbeviste tijden liever niet meer op het menu.  Maar niet getreurd! Wie het zonder wil, kan vlees en vis in veel recepten makkelijk door een veggie variant als tofu of seitan vervangen .

Verder geeft het boek je tips voor een onvergetelijk ontbijt (de aardbeienscones moet je proberen!), heel wat selfmade takeaway gerechtjes voor een verwenlunch op je werk, suikerloze ijsjes en ander zoets én de beste pizza- en croquecombi’s! Begin maar vast te watertanden!

IMG_3670

Aangezien het hier drukke vakantietijden zijn -knipoog- en we overmorgen alweer naar Frankrijk vertrekken, kon ik meteen uittesten hoe stressloos dit boek kookt. Ik ging voor de gepofte zoete aardappel met rode bonen en zure room. De lekkerste eenvoud die er is. Omdat ik altijd een beetje moet rebelleren als ik een kookboek gebruik (het lukt me nooit alles letterlijk over te nemen), roosterde ik tenen ongepelde (doorprikte en gekneusde) look, een paar blaadjes laurier en een takje rozemarijn mee met de aardappelen. De bonen bakte ik kort in olijfolie. Gewoon omdat ik dat het lekkerst vind. Afwerken deed ik met versnipperde pijpajuintjes en een avocado-tomatensalade. En het was heer-lijk! Dus bij deze is het beslist: dit boek reist met ons mee naar Frankrijk!

IMG_3671

Gepofte zoete aardappel met bonen

Voor 2 personen

1 zoete aardappel
400g kidneybonen
1/2 tl gerookt paprikapoeder
2 tl volle zure room of crème fraiche
zout en zwarte peper

Bereidingswijze

Verwarm de oven voor op 200°C. Prik met een vork enkel gaten in de aardappel en smeer de aardappel in met olijfolie. Leg de aardappel in een ovenschaal en maal er wat zout en peper over. Zet 45 minuten in de oven. Verwarm 10 minuten voor de aardappel uit de oven mag, de kindneybonen met het gerookte paprikapoeder in een pan op het vuur. Haal de aardappel uit de oven., snijd doormidden en roer het kruim om door roerende bewegingen te maken met een vork. Verdeel de kidneybonen over de aardappelhelften, giet er 1 theelepel room over en garneer met versgemalen zwarte peper.

Tip!

Serveer met koriander en avocado!