Kikcurry

Jullie wisten het allang. Ik ben een rasechte Bourgondiër en dat uit zich in een  onstilbare goesting naar eten met pak aan: robuuste stoofpotten, salades met flink wat vinaigrette en heel rijkelijk belegd brood. En dat brood is sinds kort in zijn nopjes want ik ontdekte het broodbeleg van mijn dromen. Het heeft alles waar ik dol op ben: smeuïgheid, pit, kleur en een stevige beet. En dat allemaal op basis van één van mijn culinaire favorieten: de kikkererwt.

Het begon allemaal toen ik op smoelboek een foodfilmpje zag passeren waarbij groenten, kruiden en kikkererwten grof werden gemixt met een cream cheese. Dat leek me wel wat dus probeerde ik meteen een versie uit met curry want curryslaatjes zijn mijn meug.

Sindsdien kan je deze voltreffer niet meer wegdenken uit onze koelkast en in onze brooddoos want als broodbeleg, dip of op een toastje: dit slaatje doet het gewoon. Kikcurry -dankjewel Barbara van i love eco voor de naamgeving van het kind- is een toppertje. Én simpel, én snel, én betaalbaar! Helemaal in Kookeetleefstijl dus. En laat ik jullie verklappen dat dit pas het begin is van een nieuw culinair avontuur want als kikcurry kan dan moet kik…. en kik…. (vul in naar believen!) toch ook kunnen? Doe je mee? Kik erop los en laat weten welk kik…slaatje jij met succes uitprobeerde.

IMG_8708

Kikcurry

200g gekookte kikkererwten (of een uitgelekte bokaal)
80g creamcheese (vegan varianten zijn er ongetwijfeld!)
1 sjalotje
Peper en zout
1/2 el currypoeder
1 el sojasaus
1/2 el balsamicoazijn
1/2 el ahornsiroop
1/2 el lookpoeder

Laat een pan met olijfolie goed heet worden. Bak de kikkererwten tot ze goudgeel worden en gaan knisperen.  Kruid met het lookpoeder. Blus met de sojasaus, balsamicoazijn en ahornsiroop. Laat afkoelen

Versnipper het sjalotje. Doe samen met de creamcheese in een foodprocessor of maatbeker. Voeg de afgekoelde kikkererwten toe en mix een paar keer kort maar hevig (de pulsestand). Zo heb je nog voldoende beet maar toch de smeuïgheid van een slaatje. Kruid af met peper en zout.

Optioneel maar zeker een aanrader: Voeg wat fijngesneden kerstomaatjes en peterselie toe.

Bewaar in een kraakschone bokaal tot een week in de koelkast.

Griekse rijstballetjes

IMG_8419

Dat het van december geleden is dat ik nog iets heb laten horen. Het is een regelrechte schande! Ik begrijp het dus volkomen als jullie intussen zijn weggelopen naar andere en hippere foodblogs maar desondanks hoop ik tegen alle verwachtingen in dat jullie gewoon hondstrouw zijn. Want jawel Netflix heeft de wedstrijd deze avond niet gewonnen. Ik ga heldhaftig de strijd aan tegen dichtvallende oogleden en dichtslibbende hersencellen want ik heb een receptje dat jullie, dat weet ik wel zeker, zal kunnen bekoren. ‘Waarom?’  durven jullie mij onbeschaamd -want zo zijn jullie en daarom heb ik jullie zo graag- vragen? Ewel! zeg ik u. Is het niet omdat het zo lekker is, dan wel omdat het zo gemakkelijk, zo goedkoop en zo klaar in een wip is. Nog niet voldoende? Het eco gehalte van dit recept is hoog en de gezonde ingrediënten talrijk.
Laat het ons dus kort houden: Deze ballen wil je hebben. Deze ballen zullen scoren. Bij uw kinderen, bij de verstokte vleeseter en bij uw strakke weekplanning. Lees dus maar gewoon verder en vergeet, toegeeflijk als jullie ook wel zijn, dat ik jullie zo lang heb verwaarloosd want dit recept kan iedereen krijgen! Zelfs uw schoonmoeder.

Het uitgangspunt is al even simpel als de rest van het recept: Je zit met een restje rijst. Niet zo eco op zich, dat restje, ik weet het, maar laat ons eerlijk zijn: het overkomt ons allemaal. Het hoeft bovendien niet perse rijst te zijn. Een ander restje graan mag ook en ach kom laat ik meteen gul zijn: een restje van om het even wat mag! Dat restje wordt immers de basis van onze overheerlijke balletjes. Het recept dat ik jullie hier verklap is dan ook een aanzet, een voorbeeld en zeker geen dogma want gelukkig zijn er heel wat meer balletjes onder de zon dan Griekse. Italiaanse, Franse, Mexicaanse en Indische: ze zijn  allemaal even welkom. Onze restjes hebben het hier voor het zeggen dus zij bepalen welke balletjes jij vanavond op je bord krijgt.

Waarom werden het deze keer Griekse balletjes? Omdat een restje feta, een restje spinazie en een restje zwarte olijven mij aankeken en ‘duh’ zeiden. Ze wisten wat ze wilden en daar hadden ze helemaal gelijk in.

Maar met andere restjes weer andere balletjes. Ik kijk nu al uit naar jullie wildste creaties.

IMG_8520

Griekse rijstballetjes

Voor 20 balletjes
400g gekookte rijst
200g gestoofde spinazie
10 zwarte olijven
80g pijnboompitten
80g rozijnen
150g feta
peper en zout

Doe de afgekoelde rijst in een kom.
Hak de gestoofde spinazie fijn en voeg toe.
Snijd de olijven in dunne schijfjes en voeg toe
Rooster de pijnboompitten goudbruin in een droge pan en voeg toe.
Verkruimel de feta en voeg toe. Meng alles en breng op smaak met peper en zout.
Kneed met je handen alles tot een stevig kleverig deeg. Is het deeg te nat? Voeg wat broodkruim of paneermeel toe.
Bak de balletjes in olijfolie tot goudbruin. Draai regelmatig om. Je kan de balletjes ook frituren of afbakken in de oven.

Italiaanse balletjes? Denk zongedroogde tomaatjes, mozarella, basilicum
Franse balletjes? Denk brie, champignons,  gebakken ajuin, peterselie
Indische balletjes? Denk zoete aardappel, bloemkool, erwtjes, rode linzen

IMG_8464

Minderismeerpaté

Dat gemis soms de enige vorm van motivatie is die je nodig hebt in de keuken. Ik heb mijn beste recepten verzonnen doordat de voorraad- en de koelkast bijna leeg waren.  Gebrek aan keuze creëert eenvoud en rust maar wakkert tegelijk je creativiteit aan want met wat je hebt, moet je het doen.

Zo ontstond deze spread. Het broodbeleg was op. Als je de koelkast opende, kon je de echo van je eigen ademhaling horen. Buiten een restje lookdressing en een bodempje balsamicovinaigrette viel er niks te rapen.   Op het bovenste schap van de voorraadkast stond een eenzaam blik rode bonen te blinken. Dat was het zowat.  Maar veel dat dat was! Dat kan je niet geloven. Een smeerpaté waar geen foie gras tegenop kan.

Voor jullie heb ik het recept heel mooi uitgeschreven. Alsof ik alle ingrediënten bewust in huis had en heel spitsvondig ben in het combineren. Zo kunnen jullie lekker doen alsof. Of verzin je eigen recept door een paar weken bitter weinig in huis te halen. Less is more. Ik zeg het u.

img_5252

Rodebonenpaté

200g gekookte rode bonen (of een uitgelekt blik)
2 el mayo- of veganaise
1/2  versnipperde ui
1 el balsamicoazijn
1/2 el sojasaus
1/2 el nootmuskaat
1/2 teentje look
peper
zout
4 el olijfolie

Mixen die handel. Op je brood of toast of als dip.

 

Stoere linzenburgers

En jawel, ik heb nog meer peulvruchtlekkers voor jullie! En dit keer zijn die heerlijke linzen aan de beurt. Voor vegetariërs die de volle umami smaak van vlees zouden missen, linzen kunnen die goesting aan! Als je ze op de juiste manier kookt en op smaak brengt, zijn ze zo vol en stoer van smaak dat je er nooit genoeg van krijgt. Geen andere soort peulvrucht kan voor mij deze rijkheid evenaren.

Rode linzen prefereer ik in oosterse of Afrikaanse gerechten. Groene linzen draai ik liefst door mijn zuiderse, Franse en Belgische kost. Stoofpotjes, slaatjes en… burgers uiteraard! De gele en bruine liggen daar een beetje tussenin maar de groene en rode zijn de vaste gasten in mijn keuken.

Rode linzen houden van komijn, koriander, kaneel curry, cardamom, kokosmelk, chili, paprikapoeder, curcuma, citroengras en limoenblaadjes.
Groene linzen zijn echte diva’s in het gezelschap van laurier, kruidnagel, tijm, nootmuskaat,  rozemarijn, bonenkruid, zwarte peper, oregano, dille en dragon.

Wij gingen deze zomer voor een groenelinzenburger. En lekker dat die was!

img_3896
Stoere linzenburgers

Nodig voor acht burgers:
200g droge groene linzen (Ik vind Du Puy de lekkerste)
1 grote ui versnipperd
1 teen look geperst
1/2 rode paprika in brunoise
1 el balsamicoazijn
1 el currypoeder
1/2 tl chilipoeder
1 el (gerookt) paprikapoeder
250 g havervlokken
1 el bouillon (Morga) in 3 liter heet water
2 laurierblaadjes
1 takje tijm
olijfolie

Spoel de linzen grondig. Rooster ze even in een droge pan. Blus dan met de bouillon, voeg laurier en tijm toe en laat sudderen tot de linzen zacht gaar zijn. Zeef ze van het overgebleven kookvocht en verwijder laurierblad en tijm (dit vocht kan je nog perfect gebruiken als basis voor een soep of saus).

Stoof de ui en paprika met de look in een scheut olijfolie. Voeg de currypoeder toe. Blus met de balsamicoazijn. Voeg peper en zout toe naar smaak. Laat sudderen op laag vuur tot een lichtjes goudbruin.
Voeg toe aan de linzen. Voeg de havervlokken en het paprikapoeder toe. Meng goed en laat rusten. De havervlokken nemen nu het vocht op van de linzen en groenten. Smaak af met peper en zout. Als de linzen zijn afgekoeld, vorm je met je handen  ongeveer acht  burgers. Mocht het deeg nog te kleverig zijn, voeg je nog wat havervlokken of wat paneermeel toe.

Bak de burgers in hete olijfolie aan beide kanten goudbruin op een stevig vuur. Laat ze nadien op laag vuur langs beide zijden nog een beetje uitbakken.
Serveer op een broodje met augurk en ketchup of met gebakken aardappeltjes en een lekker slaatje.

 

 

 

Healthy is funky… and damn tasty too!

Ik ontdekte Healthy is funky een jaar geleden op Instagram en was meteen fan van de frisse en speelse foodfoto’s van  Mich Baron, de vrouw achter dit swingend account. Dat daar een boek moest van komen, was niet meer dan een evidentie. En dat het een lekker boek is geworden, heb ik mogen proeven!

Carpe diem

De troeven van Healthy is funky zijn de positiviteit en de toegankelijkheid. Gezonde en (milieu)bewuste voeding kregen een hip kleedje waardoor het konijnenvoervooroordeel (hallelujah wat een woord!) met de grond gelijk werd gemaakt. Want gezond kan en mag megalekker en  ja zelfs al eens bourgondisch zijn!  Wie heeft immers ooit gezegd dat groenten geen sexappeal hebben en dat fruit geen rockallures bevat? In Healthy is funky spettert de levens-lust van elke bladzijde en daar wordt niet over gepredikt maar over gezongen! Elk gerecht verdient hier zijn eigen soundtrack.  Verleiden en genieten is de boodschap. En dat zullen we geweten hebben.

Meer met minder

De toegankelijkheid van het boek schuilt in de klare taal en ‘simpele’ gerechtjes maar laat het vooral duidelijk zijn: hier is simpel helemaal niet het synoniem voor saaie kost maar voor pure essentie. Less is more en dat bewijst Mich met verve. Op die manier wordt de drempel naar een nieuwe eetstijl veel lager. Iedereen kan lekker eten op tafel toveren en je hebt er geen koksdiploma, dikke portemonnee of uren tijd voor nodig. Hou het simpel en je scoort. Beperk je tot de essentie en het is elke dag feest aan jouw tafel.

O let’s burger baby

Om een kookboek te beoordelen, moet je er uit koken! Zo gezegd zo gedaan. Ik bladerde gisteren door Healthy is funky om me op het gevoel te laten lokken door een recept. En tja, ik heb een zwak voor de betere veggie burger én ik heb een boon voor boontjes dus werd het de rodebonenburger.
Nu moet mij toch eerst even van het hart dat heel wat veggie burgerrecepten veel beloven dat ze niet kunnen waarmaken. Daarmee bedoel ik dat ze je daar op de foto lekker sappig en met een krokant korstje liggen te lokken maar dat wanneer je zelf de opgegeven ingrediënten bij elkaar mixt en de burger in de pan bakt, je iets krijgt wat het meest lijkt op een wak plakkerig prakje. Helemaal geen burger dus.
Niet zo bij deze stoere bonenburger van Healthy is funky want deze jongen is de naam burger meer dan waard. Smaakvolle inborst, lekker korstje, stevige beet: een echte bink dus! Als ik iets moet opmerken dan is het dat de ahornsiroop voor mij niet hoeft. Ik vond de burger zoet genoeg door de ketchup en zou er dan eerder een lepel sojasaus aan toegevoegd hebben dan extra zoet. Iets meer ui mocht er van mij ook wel in maar misschien was mijn ui gewoon te klein.
Ik maakte zelf een sausje bij de  burger van half yoghurt half veganaise en een snuif gerookte paprikapoeder en serveerde hem lekker basic op een heerlijke biopistolet met een schijfje augurk, tomaat en veldsla. Eén ding is zeker: dit recept wordt een blijvertje en ik popel al om het op de dochter (11) uit te testen!

Van Mich mag ik jullie het recept verklappen maar geloof me: je wil het hele boek proeven! Healthy is funky is een must op de boekenplank van elke  feelgoodkitchen!

IMG_7465

Rodebonenburgers met zonnebloempitjes

Deze vegetarische burgers zijn makkelijk te maken en goedkoop. Steek de burgers tussen een volkorenbroodje, dat je bestrijkt met veganaise of cocktailsaus (zie bladzijde 98). Go & impress the people!

340g rode bonen (duurzame noot van kookeetleef: bij voorkeur niet uit blik, liever uit glas en het allerliefst droog gekocht en zelf gekookt)
30g havervlokken
30g zonnebloempitten
1/2 rode ui (of 2 lente-uitjes)
1 teentje knoflook (eventueel)
2 eetlepels ketchup
2 eetlepels ahornsiroop
1/2 tl chilipoeder
1/2 theelepel komijnpoeder (eventueel)
1 theelepel olijfolie of kokosolie
fleur de sel

Hoe maak je het?
Giet de rode bonen af in een vergiet, spoel ze af onder koud stromend water en laat ze goed uitlekken.
Doe de havermout en de zonnebloempitten in een blender en blend kort (tel tot 5).
Doe dan de bonen in de blender en blend kort (tel tot vijf).
Pel de rode ui en de knoflook.
Voeg de ui, de knoflook, de ketchup, de ahornsiroop, het chilipoeder en de komijn toe en blend kort (tel tot 5). Als het mengsel te droog is, voeg dan nog 1 eetlepel water toe, als het te nat is, voeg dan nog 1/2 eetlepel havervlokken toe.
Maak vier burgers van ongeveer 9 cm diameter van het mengsel en bak ze in de oven of in de pan.

In de oven:
Verwarm de oven voor op 180°C.
Leg de burgers op een vel bakpapier op een ovenrooster of een bakplaat.
Zet de burgers 20 minuten in de oven.
Draai de burgers om en zet ze nog 10 minuten in de oven.

In de pan:
Verhit de olie in de pan.
Zet het vuur op een hoge stand en bak de burgers 4 minuten.
Draai de burgers om, zet het vuur lager en bak ze nog 7 minuten aan de andere kant.

Variatie
Je kan de zonnebloempitten ook vervangen door pompoenpitten

IMG_3223

Van Slaatje tot spread

IMG_2996

Het is weer één en al genieten op het Wijveld. Koken op het gevoel met wat de oogst ons biedt; groter plezier kan je me niet doen. De zomerperiode is één groot avontuur waarbij je ’s ochtends niet weet hoe de avond zal eindigen. Met zwarte handen,  gloeiende wangen en fietstassen vol kraakvers groen naar huis fietsen en tijdens die vijftien minuten durende tocht gerechten voelen opborrelen die zoeken naar de juiste vorm, het afwegen van combinaties en smaken alsof je een symfonie componeert. Niet langer kunnen wachten tot je thuis bent, die handen schoon geschrobd, je keukenschort voorgebonden, het mes in de hand en de geur van je oogst overal.

Zo ging het dit weekend en het werd een slaatje dat zichzelf waarmaakte. Soms weten groenten zo goed wat ze willen dat je er best gewoon heel lang naar kijkt, ze heel traag verwerkt en ze zoveel mogelijk hun eigen gang laat gaan. Tot ze triomferen. Maar lees zeker verder want deze symfonie eindigt niet met een slaatje. In de ecologische keuken blijft immers alles duren.

Lauwwarme salade van chinese kool met gebakken jonge worteltjes, tuinbonen en een  citroennotenpesto (van het wortelloof!)

Voor vier
1 stronk chinese kool
1 bussel jonge worteltjes
400g gedopte tuinbonen
peper en zout
1 el sojasaus
Voor de pesto
het loof van de worteltjes
150g okkernoten
150ml olijfolie
sap van 1 citroen
peper en zout
100g geraspte parmezaanse kaas

Schrob de worteltjes schoon (schil ze niet) en snijd ze overlangs in vier. Houd het wortelloof apart. Bak de worteltjes in een hete wok met olijfolie tot ze lichtbruin verschroeien. Roer af en toe door maar niet de hele tijd want dan schroeien ze niet en geven meteen vocht af. Voeg de tuinbonen toe en roerbak nog drie minuten. Blus met de sojasaus en roer goed door. Voeg een kopje water toe. Zet het deksel op de pot en het vuur op matig en laat sudderen. Laat sudderen tot gaar. Voeg water toe indien nodig. Haal het deksel van de pot en laat het vocht verdampen tot de worteltjes weer beginnen bakken. Smaak af met peper en zout en zet het vuur uit.

Spoel het wortelloof grondig en hak het grof fijn. Doe het loof in een keukenrobot (of in een hoge beker als je met een staafmixer werkt), voeg de noten , parmezaanse kaas, citroensap (houd 1 eetlepel sap over voor de chinese kool!), olijfolie  en zwarte peper en zout toe. Je mag gul zijn met de peper. Mix tot een pesto.

Snijd de chinese kool in fijne reepjes. Besprenkel met wat citroensap en olijfolie, peper en zout en meng losjes. Dresseer in een kom, schik de worteltjes en boontjes erop en werk af met een lepel pesto en wat gehakte nootjes.

IMG_3011

Restjes?

Klaar voor deel twee? Stel je hebt nu een restje van de worteltjes en de chinese kool over. Dan kan je daarmee deze heerlijke spread maken voor op je brood.

Curryspread van worteltjes, tuinbonen en chinese kool

Voor een bokaal
Restje worteltjes en tuinbonen (cup)
Restje chinese kool (cup)
1 el mayo- of veganaise
1 tl paprikapoeder
1 tl currypoeder

Meng alles en zet er een paar keer kort en krachtig de mixer in (voor het spreadeffect).

IMG_3022

 

 

 

 

 

Met een sausje

patatas bravas 034

Belofte maakt schuld en aangezien de zomer nu echt begonnen is, laat ik jullie niet langer wachten op mijn beloofde sausjes om al jullie zomerslaatjes mee op te smukken, jullie BBQs mee te pimpen en jullie buddha bowls mee af te werken.

Een goed moment trouwens om jullie eerst nog eens te herinneren aan de sausjes die hier reeds de revue passeerden. Zoals deze óf deze yummy bbqsaus, dit verslavende pindasausje of deze lekker frisse appeltahindressing. Maar eigenlijk zijn de mogelijkheden en combinaties eindeloos. Zelf varieer ik heel wat op het basisrecept van een klassieke veganaise. Veganaise is niet meer dan een mayonaise waarbij je het eitje vervangt door een cup sojamelk. Variëren doe je door je favoriete smaakmakers toe te voegen. Wanneer je nadien aanlengt met water of yoghurt krijg je een lichtere variant. Zo’n veganaise bestaat immers bijna volledig uit olie. Komt nog bij dat ik een veganaise op basis van olijfolie -de betere olie- niet lekker vind. Ik gebruik dus meestal arachideolie. Hoe meer water je toevoegt aan je veganaises, hoe lichter en dus ook gezonder ze worden. Zelf heb ik een zwak voor de tahin-, peterseliecitroen- en misovariant maar je kan uiteraard ook een mosterd-, curry-, look-, paprika- of gelijk welke andere variant maken. Blijven experimenteren maar!

Geef in de comments gerust jullie sausjestips en -combinaties door. Benieuwd!

Basisveganaise

1 cup ongezoete (!) sojamelk
1 el mosterd
peper
zout
2 à 3 el witte wijn- of appelazijn (Ik heb mijn veganaise graag lekker zuur (3 el). Ik prefereer wijnazijn, de appelazijn is me te zoet.)
arachide- of zonnebloemolie (ontgeurde variant)

Doe de sojamelk en de mosterd in een maatbeker. Voeg een snuif peper en zout toe. Mix dit met je staafmixer tot een smeuiige emulsie. Voeg nu heel traag (een flinterdun stroompje) olie toe terwijl je blijft mixen. Beweeg de staafmixer op en neer zodat de olie snel wordt opgenomen. Wanneer je veganaise stevig begint te worden (het wordt dan moeilijker om te mixen), voeg je de azijn toe en mix je nogmaals goed door. Is je veganaise nu weer vrij lopend dan kan je nog wat olie, op dezelfde manier, toevoegen. De veganaise mag mooi stevig zijn. Je kan dan verdunnen tot de gewenste dikte met azijn of water (naargelang je zuurder of zachter wil). Smaak af met extra peper en zout indien nodig.

Tahindressing

Je maakt eigenlijk de basisveganaise maar je voegt bij de start een eetlepel tahin toe aan je sojamelk met mosterd. je kan eventueel ook nog een teentje geperste look toevoegen.
De azijn vervang je door citroensap. Volg verder het basisrecept.

IMG_2359
Peterseliecitroendressing

Deze versie start je door een gul handje peterselie (of andere groene (on)kruiden) en een stevige schijf citroen (volledig, met schil) mee te mixen met je sojamelk en mosterd. Je azijn kan je ook door citroen vervangen. Het schijfje citroen geeft een bijzondere en frisse ‘zing’ aan je dressing. Volg verder het basisrecept.

IMG_2868
Misodressing

Hier voeg je bij je sojamelk en mosterd een eetlepel misopasta toe. Je kan aanvullen met een theelepeltje geraspte gember als je dat lekker vindt. Vervang de wittewijnazijn eventueel door rijstazijn. Volg verder het basisrecept.