Pruimenvierkantjes voor mijn pappa

  ‘¡Ì$?ÿÖïÎr‚¹@<E ÷¢¢*9ò( ç¬'¤çÃÙ&~h$¶ý¦ßË7^74¯Á+êË*¥h1[‘¬»®ã¹½·¦r=_§¶«ƒø:••¬ª–?a£,v÷R|j`ýöÊېãâë…߇{yyõ§U„æ`=á{cÀ˜Pà*)@A#B	XIdWÿ×ïn**	 €gT¸(¦¸ †@Š¦á®=Áec—úG¥t”­”®àéGqÖÅpË«·¯‹i`Ü:’:|

Het is de eerste keer dat ik iemand een recept cadeau doe en de gelukkige moest mijn vader zijn. Want geen mens die mijn culinaire gaven met groter genoegen prijst als hij. Dit geschenkrecept is trouwens meer dan een recept. Het is een ode aan mijn vader. Het is een recept dat hem op het lijf is geschreven. Het is mijn manier om hem te tonen hoe graag ik hem zie.

Mijn vader is een kind van de herfst en dat seizoen past hem als gegoten. Deels omdat er geen mooiere melancholie geboren wordt dan uit dit lage licht, deels omdat er geen seizoen zo zwanger is van nevel -en dus van poëzie- als het najaar maar misschien vooral omdat de herfst vrucht draagt als geen ander. Mijn vader houdt immers van oogsten. En geen oogstrijker seizoen dan de herfst.

De pruimentijd mag dan begin oktober ten einde lopen , het moesten pruimen zijn. Want mijn vader houdt van pruimen. Die liefde kreeg hij met de paplepel mee. Zijn ouders hielden immers ook van oogsten. Ik herinner mij de boomgaard van mijn grootouders en de volle emmers met paars goud die wij er gingen halen voor liters confituur. Urenlang roerde mijn vader met een engelengeduld en een rust waar ik rustig van werd – en nog steeds word- in pruttelende potten tot de perfecte consistentie ontstond waarmee hij potjes vulde voor een winter lang boterhamplezier. Ook nu nog roert hij elke zomer, maar dan in zijn eigen pruimen, uit zijn eigen boomgaard.

Ja, het moet gezegd worden. Ook al zou je het hem niet aangeven, gematigd en zelfs vaak asceet als hij is, mijn vader is een onverbeterlijke ‘zoetemuil’. Bij het zien van lekkere koekjes of gebak gaan zijn ogen glinsteren en zijn oren flapperen als was hij weer een kind. Met een ondeugende snoet neemt hij  ‘toch nog een stukje’. Het moest dus gebak zijn. Gebak met pruimen en nootjes. Want mijn vader houdt van nootjes. Daar heb ik een mooie anekdote over maar die ga ik nu niet vertellen. Die bewaar ik voor als hij 80 wordt.

pruimenvierkantjes 104-2

Pruimenvierkantjes voor pappa

800g pruimen
200g peren
500g havervlokken
300g speltmeel
200g koude boter
100g zonnebloempitten
100g amandelschilfers
400g dadels
250g amandelmeel
200g walnoten
2 snuifjes zout
150 ml kokosvet
250g ruwe rietsuiker
1 tl cardamom
1 vanillestok
sap van 1 citroen

Ontpit de dadels en week ze gedurende 30 minuten in heet water. Doe de walnoten in een foodprocessor of hakmolentje en hak ze fijn. Voeg de dadels, het amandelmeel en een snuifje zout toe en mix tot een glad deeg.

Warm de oven voor op 180°C. Bekleed een bakvorm van 40 op 30cm met bakpapier en stort het deeg daarin. Duw met je handen gelijkmatig aan tot de hele bodem bedekt is. Plaats gedurende 10 minuten in de oven. Haal uit de oven en zet opzij.

Ontpit de pruimen en schil de peren, verwijder het klokhuis. Snijd peren en pruimen in heel kleine blokjes (of verhaksel ze grof in de foodprocessor). Doe ze in een kookpot. Snijd de vanillestok open zodat het merg vrijkomt. Voeg 150g suiker, de vanillestok, het citroensap en de cardamom toe aan de pruimen en peren en laat 10 minuten inkoken tot je een stroperige compote hebt. Verwijder de vanillestok. Zet opzij.

Meng de havervlokken met het meel en de 100g overgebleven rietsuiker. Voeg een suifje zout toe. Snijd de boter in blokjes en voeg toe. Wrijf met je handen de boter door de vlokken en het bloem tot je een kruimelig deeg hebt. De boter moet volledig gemengd zijn met de bloem. Voeg de amandelschilfers en de zonnebloempitten toe en meng ze onder het deeg.

Stort de pruimenperencompote op het dadelamandeldeeg en spreid gelijkmatig uit. Strooi de crumble over de compote.

Plaats gedurende 25 minuten in de oven of tot mooi goudbruin. Laat afkoelen. Snijd de crumble in vierkantjes. Heerlijk met een bolletjes vanille-ijs of wat vanillepudding.

Mijn pappa kreeg zijn recept cadeau in deze verpakking.

pruimenvierkantjes 140-2

Advertenties

La cucina Verde. Groenten uit Italië.

133

Het jongste boek van het koksduo Kristin Lybaert en Miki Duerinck mag je dan goesting geven om je koffers te pakken en naar het zuiden af te zakken, dat is eigenlijk nergens voor nodig want met La Cucina Verde haal je Italië gewoon lekker zelf naar je keuken. En dat is niet eens moeilijk. Sommige kookboeken halen het misschien niet verder dan de salontafel, dit boek zal gebruikt worden. Geen ingewikkelde recepten, geen ellenlange ingrediëntenlijsten. Gewoon eenvoudige lekkere en uiteraard vegetarische kost.

Ook al vereenzelvigen we Italië deze dagen met pizza, pasta en lasagna, de culinaire traditie van dit land is veel rijker dan dat en was bovendien een echte groentekeuken. Oorlogen en andere rampen maakten van de Italianen geen mopperaars -daar stak die zon en het landschap wel een stokje voor- maar heel vindingrijke koks die van een hoopje schillen of een restje brood de lekkerste gerechten op tafel toverden. Je zou de Italianen de meesters van de restjes kunnen noemen maar eigenlijk bestaan restjes in de authentieke Italiaanse keuken eigenlijk gewoon niet. Restjes zijn volwaardige ingrediënten en de aanzet tot een nieuw en vaak nog lekkerder gerecht. Italianen spelen met hun eten, zoals ik het het liefste zie.

Met die heerlijke Italiaanse keuken gaan Kristin en Miki nog een stapje verder door vlees en vis en vaak ook zuivel overbodig te maken in een aantal Italiaanse klassiekers. Niks is voor een veggie kok een leukere uitdaging dan een plantaardige versie verzinnen van klassieke vlees- of visgerechten. Ik deed het met mijn tofu-au-vent, linzenballetjes in tomatensaus en seitanstoverij en dit boek is in dat opzicht een heerlijke aanvulling op mijn repertoire met tal van nieuwe gerechtjes als een vegan parmigiana en romige tiramisu.

Ballengek als ik ben, ging ik ook in dit boek voor een ballenrecept: de aubergineballetjes. En dat was een succes! De heerlijk vlezige en sappige structuur  van de aubergine met het frisse van de munt en basilicum kunnen mij krijgen. Ik voegde wel nog wat havervlokken toe omdat mijn balletjesdeeg te slap was om balletjes te rollen. Ook voegde ik nog wat lookpoeder toe omdat ik de balletjes net iets te flets vond van smaak. Maar dat is natuurlijk persoonlijk. Lekker waren ze zeker!

Ik serveerde ze met een frisse yoghurtkruidensaus en dat hadden deze stevige ballen wel nodig. Volgens mij zouden deze balletjes het ook prima doen in een pittige tomatensaus en zo een prima alternatief vormen voor echte gehaktballetjes in tomatensaus. In het algemeen miste ik in het boek wat sausreceptjes maar ik ben dan ook een echte sausfreak.

De koude dagen mogen dan in aantocht zijn, met dit boek houd ik zolang mogelijk de zomer in huis. Jullie ook?

Polpette di melanzane ofte aubergineballetjes

In Italiaanse recepten wordt oud brood vaak hergebruikt als bindmiddel. Dat is ook het geval bij deze eenvoudige aubergineballetjes. Ze hebben een zachte vulling en krijgen vanzelf een korstje.

Voor 25 balletjes
300g aubergine
100g oud volkorenbrood
50g parmezaanse kaas of 25g edelgistvlokken (ik gebruikte gistvlokken)
50g pijnboompitten
50g boekweitmeel (ik gebruikte speltmeel)
1/2 bosje basilicum
1 takje verse munt, gehakt, of 1 koffielepel gedroogde munt (of de inhoud van 1 theezakje)
frituurolie (ik bakte de balletjes in de pan met olijfolie)
peper en zout

1. Snijd het kroontje van de aubergine, prik de schil hier en daar in met een mes en leg ze 6 minuten in de microgolfoven op de hoogste stand. Of snijd de aubergine in de lengte middendoor, leg ze met de schil naar onderen op de bodem van een stoommandje en stoom ze 15 minuten. Laat ze afkoelen.

2. Mix de ongepelde aubergine en het brood samen met de Parmezaanse kaas of de edelgistvlokken, de pijnboompitten en de groene kruiden.

3. Roer het boekweitmeel erdoor en kruid het mengsel met peper en zout.

4. Laat het mengsel 10 minuten rusten zodat het brood het vocht kan absorberen.

5. Vorm balletjes ter grootte van een grote knikker. Dat lukt het best met natte handen.

6. Verwarm de frituurolie op 170°C en, frituur de balletjes goudbruin.

110

 

 

Thaise wortelballetjes

IMG_8930

In vroeger tijden was de oogsttijd een reden om uitgebreid te feesten en dankbaar te zijn voor al het lekkers dat de natuur ons zomaar cadeau doet. Velt vzw wil deze dankbaarheid graag in eer herstellen door te genieten van de seizoenen en hun weelde tijdens de week van de herfstkeuken. De hele week krijg je recepten, tips en allerlei activiteiten op je bord maar het is vooral hét moment om je favoriete herfstgerecht klaar te maken en het te delen met je vrienden, buren of familie.

Ik maakte ter ere van dit herfstfeest een nieuw balletje! Wie mij al een tijdje volgt, weet dat ik het voor ballen heb. Zo konden jullie al proeven van de linzenballetjes in tomatenabrikozensaus en de Griekse rijstballetjes met spinazie, feta en zwarte olijven. Deze balletjes zijn minstens even lekker en passen perfect bij de gouden gloed van de herfst. Bovendien zijn ze lekker pittig en dus verwarmend. Ze zijn poepsimpel om te maken en je kan er prima restjes granen en wortels mee verwerken. Je kan ook meteen een heel leger maken, ze voorbakken en invriezen voor later. Leg dan wel wat bakpapier tussen de balletjes zodat ze niet aan elkaar gaan kleven. Ze passen prima in de lunchbox of brooddoos en ze doen het ook heel goed als aperitiefhapje. En wat misschien het allerleukste is: ze zijn laagdrempelig voor de kieskeurige eter! Niks dan troeven dus.

IMG_8926

Thaise wortelballetjes

Nodig voor 20 balletjes (allez ongeveer, ik heb ze eerlijk gezegd niet geteld…)
800g gekookte granen (couscous is mijn favoriet maar basmati doet het ook prima!)
250g geraspte wortels
3 versnipperde pijpajuintjes
1 el pindakaas
1 el tomatenpuree
1 tl sambal oelek
1 el currypoeder
1 el geraspte gember
1 tl geperste look
3 el sesamzaadjes

Meng alle ingrediënten door elkaar in een kom. Met mengen bedoel ik eigenlijk echt knijpen met je handen alsof je deeg kneedt voor een brood zodat alle ingrediënten een stevige licht kleverige structuur krijgen. Alles moet aan elkaar plakken maar het balletjesdeeg mag toch niet te nat zijn. Je moet met je handen balletjes kunnen rollen. Dit rollen is een beetje anders dan wanneer je balletjes maakt van gehakt. Je moet eigenlijk afwisselend een beetje aanduwen en rollen (Eigenlijk moet ik hier eens een youtubefilmpje van maken). Lukt het je toch niet de textuur goed te krijgen dan kan je een eitje (of twee) toevoegen om alles op die manier beter te laten kleven (maar eigenlijk is dit niet nodig als je hard genoeg kneedt). Is je balletjesdeeg te nat (wat bij dit recept normaal echt niet gebeurt want echt natte ingrediënten gebruiken we niet, tenzij je je granen niet goed hebt laten uitkoken), dan kan je wat paneermeel, broodkruim of bloem toevoegen. Maar dit is due echt een laatste redmiddel als je de voorbereiding niet goed hebt uitgevoerd (u weze gewaarschuwd!).

Laat een pan met een uitstekende antikleeflaag (essentieel!) goed heet worden met een gulle bodem olie en bak daarin de balletjes goudbruin. Laat ze regelmatig door de pan rollen door te schudden zodat ze egaal kleuren. Laat ze nadien even uitlekken op keukenpapier. Je kan de balletjes natuurlijk ook frituren maar dat maakt ze uiteraard vettiger en dus minder gezond.

Deze balletjes zijn in hun nopjes in het gezelschap van een sweet chilisaus of een zoete sojasaus. Om er een volwaardige maaltijd van te maken kan je ze serveren met een wokje of een curry.

IMG_9065

 

 

Herfstlasagna van warmoes en pompoen

IMG-0048

Ben jij ook zo verliefd op september? Het goud van de Indian Summer. Gefilterd licht -als het niet regent tenminste.  Fruit, groenten, kruiden, bloemen: alles bereikt het toppunt van rijp zijn. Je hoort de natuur bijna uit haar voegen barsten. Hier en daar sluimert reeds zacht verval. De herfst is voor de natuur als de barok voor de kunst. Overdaad, gejubel, opschepperij. Een beetje te veel van het goede. Een bijna voorbij. Maar we wentelen er ons met graagte in. Als in een warm bad. Als in stroop. Het classicisme van de winter brengt straks ascese en noodgedwongen -maar broodnodige- rust. Nu nog niet. Nu vertoeven we in het land van de krekel. We oogsten, we eten en we slapen onze roes uit.

Na een zomer vol bergen, was het weer wennen aan de stad.  Zoeken naar manieren om te blijven ademen. Met het hoofd in de nek naar de lucht kijken omdat dat hier de enige vorm van verte is. En wanneer het even kan: ontsnappen naar een zeldzaam stukje natuur aan de rand van het betonnen leefgebied dat wij stedelingen thuis noemen. Zucht.

Daarom wil ik mijn eten uit de grond blijven halen. Om te geloven dat er nog zoiets als aarde bestaat. Het Wijveld is voor mij allang geen groentewinkel in openlucht meer. Het is uitzicht, een extra long, therapie. En september waardig, tiert dat stukje hemel op aarde nu welig. Zachte bedden vol lonkend volrijp leven lokken mij erheen.

En dan is het eindelijk zover. Geen groter genot dan het oogsten van de eerste hokkaido pompoenen. Hun zwaarte draag ik met gemak omdat ze me onderweg al tal van mogelijkheden toefluisteren. Gaande van taart tot friet, van smoothie tot stoofpot. Pompoenen zijn ronde dozen gevuld met de beste troost tegen de winter die komt. Barokke grootmeesters. Niet voor niets veranderen ze in koninklijke koetsen als er ergens wordt getoverd .

Geen blad dat gretiger blinkt dan dat van de warmoes. Nochtans wordt deze groente niet even gretig geoogst als bijvoorbeeld spinazie. Hoe dat komt, wil ik niet begrijpen. Ik kan geen beter excuus verzinnen dan ‘onbekend is onbemind’ en daar valt wat aan te doen. Daarom  verklap ik jullie eerst de essentiële basisbereiding van warmoes.

Warmoes bereiden

Je moet één ding weten om warmoes goed te kunnen klaarmaken: Het blad moet van de steel! Deze twee delen van de plant hebben een compleet verschillende structuur en dat moet gerespecteerd worden tijdens de bereiding. De steel kan tegen een stootje en wil dus graag heet vuur en een goede lik olie. Snijd de steel uit het blad in een omgekeerde v-vormige beweging. De steel loopt immers uit op een punt in het blad. Snijd de steel in reepjes van 1 cm en stoof die op hoog vuur in een pan of wok met kruiden naar keus. Denk aan het stoven van een ui. Je wil dat de steel glazig wordt en zacht. Pas als dat het geval is, voeg je het blad toe. Het blad mag in grote repen van wel 10 cm worden toegevoegd. Snijd het dus niet fijn. Je kan de bladeren zelfs met de hand scheuren i.p.v. ze te snijden.  Nu volgt het belangrijkste: roerbak de warmoesbladeren twee tot vier minuten mee en zet dan het vuur UIT. Het blad zal zacht worden en smelten in de restwarmte maar niet volledig verpieteren. De stevige beet blijft op die manier bewaard.

Warmoes doet het prima in een pikante tomatensaus met rode ui of gebakken in look en sojasaus afgewerkt met een druppel geroosterde sesamolie. Maar voor de lasagna maakte ik de warmoes klaar met een zachte vegan bechamelsaus op basis van gistvlokken. Onweerstaanbaar lekker zeg ik u!

Pompoen, de publiekslieveling en warmoes, het onbekende blad, ontmoeten elkaar in deze hartige herfstlasagna en bewijzen maar weer eens dat opposites attract. Het zoete en zachte van de pompoen krijgen de nodige weerstand van het stoere, aardse van de warmoes. Dit is misschien een iets uitgebreidere bereiding dan jullie van mij gewend zijn maar hij is zooo lekker dat ik hem jullie niet wou onthouden. Je kan uiteraard de pompoen de dag voordien al roosteren om het werk wat te spreiden. Maken maar!

IMG-0254

Herfstlasagna van warmoes en pompoen

Voor een ovenschotel voor ruim 6 personen

800g hokkaidopompoen
300g warmoes
15 grote lasagnavellen
250g gekookte kikkererwten (of één bokaal)
1 liter tomatenpassata
1 el bouillonpasta
een half glas rode wijn
2 tenen look
6 blaadjes salie
400 ml sojaroom
2 el gistvlokken
1 tl paprikapoeder
1 tl currypoeder
1 el balsamico
1 el sojasaus
1 takje tijm
2 blaadjes laurier
olijfolie
peper en zout

Verwarm de oven voor op 200°C. Was de hokkaido grondig (borstel de schil met een hard groenteborsteltje met overvloedig water). Verwijder de pitten. Snijd in plakken van een één centimeter en schik in een ovenschaal. Pers de tenen look. Voeg toe aan de pompoen samen met 2 eetlepels olijfolie, de versnipperde blaadjes salie en peper en zout. Meng alles heel goed door elkaar met je handen. De pompoen moet volledig ingevet zijn met olie. Plaats in de oven en laat gedurende een half uur bakken. Hussel regelmatig even om om aanbakken te voorkomen. Prik met een vork of de pompoen zachtgaar is. Haal hem dan uit de oven en zet even opzij.

Snijd de warmoes zoals hierboven beschreven. Bak de stelen. Voeg de room en de gistvlokken toe. Laat 3 minuten sudderen. Voeg het blad toe. Zet het vuur uit en zet opzij.

Giet de kikkererwten af en laat uitlekken. Laat een pan heet worden met olijfolie en bak daarin de kikkererwten met het paprikapoeder en de curry tot ze knisperig worden. Blus met balsamicoazijn en sojasaus. Zet opzij.

Giet de tomatenpassata in een pot. Voeg de rode wijn, tijm, laurier en de bouillon toe en breng aan de kook. Laat op zacht vuur gedurende 10 minuten inkoken. Voeg de kikkererwten toe.

Neem een ovenschotel. Beleg de bodem met een laagje warmoes met saus. Bedek met een laagje pompoen. Dek af met lasagnavellen. Voeg nu een laagje tomatensaus met kikkererwten toe.  Dek af met lasagnavellen. Herhaal dit procede nog een keer. Eindig met een laatste laag warmoes en beleg die met de laatste stukjes pompoen. De liefhebbers kunnen afwerken  met wat geraspte kaas om te gratineren (maar dit is eigenlijk echt niet nodig want de lasagna is machtig genoeg).
Plaats in de oven gedurende 30 minuten. Prik om te kijken of de lasagnavellen goed gaar zijn.

Serveer met een lekkere groene herfstsalade met walnoten, druiven en een mosterdvinaigrette

 

Griekse rijstballetjes

IMG_8419

Dat het van december geleden is dat ik nog iets heb laten horen. Het is een regelrechte schande! Ik begrijp het dus volkomen als jullie intussen zijn weggelopen naar andere en hippere foodblogs maar desondanks hoop ik tegen alle verwachtingen in dat jullie gewoon hondstrouw zijn. Want jawel Netflix heeft de wedstrijd deze avond niet gewonnen. Ik ga heldhaftig de strijd aan tegen dichtvallende oogleden en dichtslibbende hersencellen want ik heb een receptje dat jullie, dat weet ik wel zeker, zal kunnen bekoren. ‘Waarom?’  durven jullie mij onbeschaamd -want zo zijn jullie en daarom heb ik jullie zo graag- vragen? Ewel! zeg ik u. Is het niet omdat het zo lekker is, dan wel omdat het zo gemakkelijk, zo goedkoop en zo klaar in een wip is. Nog niet voldoende? Het eco gehalte van dit recept is hoog en de gezonde ingrediënten talrijk.
Laat het ons dus kort houden: Deze ballen wil je hebben. Deze ballen zullen scoren. Bij uw kinderen, bij de verstokte vleeseter en bij uw strakke weekplanning. Lees dus maar gewoon verder en vergeet, toegeeflijk als jullie ook wel zijn, dat ik jullie zo lang heb verwaarloosd want dit recept kan iedereen krijgen! Zelfs uw schoonmoeder.

Het uitgangspunt is al even simpel als de rest van het recept: Je zit met een restje rijst. Niet zo eco op zich, dat restje, ik weet het, maar laat ons eerlijk zijn: het overkomt ons allemaal. Het hoeft bovendien niet perse rijst te zijn. Een ander restje graan mag ook en ach kom laat ik meteen gul zijn: een restje van om het even wat mag! Dat restje wordt immers de basis van onze overheerlijke balletjes. Het recept dat ik jullie hier verklap is dan ook een aanzet, een voorbeeld en zeker geen dogma want gelukkig zijn er heel wat meer balletjes onder de zon dan Griekse. Italiaanse, Franse, Mexicaanse en Indische: ze zijn  allemaal even welkom. Onze restjes hebben het hier voor het zeggen dus zij bepalen welke balletjes jij vanavond op je bord krijgt.

Waarom werden het deze keer Griekse balletjes? Omdat een restje feta, een restje spinazie en een restje zwarte olijven mij aankeken en ‘duh’ zeiden. Ze wisten wat ze wilden en daar hadden ze helemaal gelijk in.

Maar met andere restjes weer andere balletjes. Ik kijk nu al uit naar jullie wildste creaties.

IMG_8520

Griekse rijstballetjes

Voor 20 balletjes
600g gekookte rijst
200g gestoofde spinazie
10 zwarte olijven
80g pijnboompitten
80g rozijnen
150g feta
peper en zout

Doe de afgekoelde rijst in een kom.
Hak de gestoofde spinazie fijn en voeg toe.
Snijd de olijven in dunne schijfjes en voeg toe
Rooster de pijnboompitten goudbruin in een droge pan en voeg toe.
Verkruimel de feta en voeg toe. Meng alles en breng op smaak met peper en zout.
Kneed met je handen alles tot een stevig kleverig deeg. Is het deeg te nat? Voeg wat broodkruim of paneermeel toe.
Bak de balletjes in olijfolie tot goudbruin. Draai regelmatig om. Je kan de balletjes ook frituren of afbakken in de oven.

Italiaanse balletjes? Denk zongedroogde tomaatjes, mozarella, basilicum
Franse balletjes? Denk brie, champignons,  gebakken ajuin, peterselie
Indische balletjes? Denk zoete aardappel, bloemkool, erwtjes, rode linzen

IMG_8464

Driesterrenhavermout

Kunnen jullie zich een beetje nestelen in de herfst? Lekker aan de bak en de kook met wat het seizoen te bieden heeft? Dekentjes, kaarsen, boeken, een kop thee? Hier is het al comfortfood dat de klok slaat! Met de koude dagen kwam de goesting naar warme ontbijtjes weer op. In de zomer ben ik meer een smoothiemens maar in de winter houd ik van dampende kommen. Mogelijkheden genoeg! Fruit, havervlokken, noten, zaden en zelfs groenten mogen daar in verwerkt worden! Pompoen, wortel en pastinaak doen het prima in een zoet gerecht.

Ik weet het. Velen vinden havermoutpap een kleffe boel maar ik herhaal het tot vervelens toe: dat hoeft niet zo te zijn! Havermout kan ook heerlijk smeuig, romig en zijdezacht zijn. Bovendien bepaal je zelf grotendeels de smaak en de consistentie door wat je er hoe allemaal in draait. Voor mij geldt eigenlijk maar één regel: Havermout mag niet plakken. Ik lust immers geen cement. Ik voeg dus steeds meer melk toe dan de meeste basisrecepten aanbevelen en vaak werk ik nadien nog af met een scheut soja- of kokosroom of vanillepudding. Heerlijk trouwens is die combi van warm en koud (denk: warme appeltaart met vanilleijs!).

Van deze twee herfstige havermoutkommen krijg ik het in elk geval heel gezellig warm en ik hoop jullie ook!

img_5239
Pompoenhavermoutpap met chaikruiden en pepernoten

Voor twee porties:
300g hokkaidopompoen, ongeschild, in blokjes
1/2 tl gemalen korianderzaad
1 tl kaneel
1/2 tl gemalen kruidnagel
1/2 tl gemalen cardamom
1/2 tl nootmuskaat
1/4 tl zwarte peper
1/2 tl gemberpoeder
1/2 tl sinaasappelzeste
1 snuifje zout
1 banaan
250 ml hete havermelk
200g fijne havervlokken

Voor de afwerking:
Handjevol pepernoten (verkopen ze nu in bioplanet!)
Schijfjes peer

Kook de hokkaidopompoen  botergaar. Doe in de blender (of in een maatbeker als je een staafmixer gebruikt). Voeg alle andere ingrediënten toe en mix tot een smeuige pap. Indien te dik, voeg nog wat melk toe. De pap moet de substantie van pudding hebben.
Giet in kommen en werk af met de pepernoten en de peer.

img_4628
Gouden havermoutpap met gegrilde appeltjes en donkere chocoladesaus

Nodig voor twee porties:
300g fijne havervlokken
600 ml plantaardige melk
200g zwarte chocolade
1 el curcuma
1 snuifje zout
1 appel in maantjes
scheut ahornsiroop

Doe de vlokken met de curcuma, het zout en de melk (behalve twee eetlepel voor de chocolade) in een kom met dikke bodem. Breng aan de kook en laat 3 min zachtjes doorkoken.

Smelt de chocolade met twee eetlepels melk in een kommetje

Laat een grilpan heet worden met een nootje kokosvet. Schik de schijfjes in de pan. Besprenkel met een scheutje ahornsiroop. Draai na 2 min om en laat opnieuw 2 min grillen tot goudbruin.

Giet de havermout in de kommen. Schik de peertjes erop. Besprenkel met de chocoladesaus.

Pompoenrisotto met Indiase warmoes en linzen

Dit gerecht ontstond tijdens mijn laatste workshop Improcooking. Ik wou het vooral met jullie delen omdat het zo’n mooi voorbeeld is van een ‘meant to be’ tussen toevallige ingrediënten. Ik ben een echte risottofan maar ik maakte hem tot die avond steevast met witte wijn klaar en die hadden we die dag helaas niet in huis. Maar er was rode wijn en een lonkende hokkaido die daar zeker een glaasje van lust. Bovendien ben ik dol op een berekend risico. Als ik rode wijn en risotto nu google blijken er al tal van risottorecepten op basis van rode wijn te bestaan maar die avond was het raden naar een smaak die ik nog niet kon proeven. Soms vergelijk ik combineren in de improkeuken met het componeren van een symfonie. Componisten ‘horen’ hun muziek terwijl ze die schrijven. Ik probeer mijn gerechten te smaken terwijl ik ze bedenk. Dat lukt zeker niet altijd even goed maar soms zit ik er helemaal op en dat is echt een triomfgevoel. Zo ook met de rodewijnrisotto. Het was een schot in de roos. Mozarteuforie.

Tijdens een improcookingworkshop brengt iedereen een seizoensgroente naar keus mee. Daarmee -en met mijn voorraadkast- gaan we aan de slag. Die avond had iemand een flinke bos rood gesteelde warmoes meegebracht. Wat je daar mee deed. Want dat smaakt toch eigenlijk naar niet veel. Warmoes kan aards smaken als je hem enkel stooft met peper en zout maar met look en een scheut sojasaus krijgt hij meteen allure en in combinatie met een pittige tomatensaus smelt hij helemaal in je mond. Wij gingen voor de laatste combi en vulden aan met groene linzen voor een volwaardig stoofpotje.

Er werd die avond nog heel wat meer gekookt door de aanwezigen maar deze twee gerechten en hun herfstig duet sprongen er voor mij echt uit door hun warme smaak, diepe herfstkleur en zachte textuur. Eentje om nog veel te herhalen tijdens de herfstdagen. Helaas doet de foto -wegens weer die dagen zonder fotogeniek licht dedju- het gerecht geen eer aan. Maar geloof me, het is goddelijk.

img_4615

Pompoenrisotto met rode wijn en warme kruiden

Nodig voor vier
350g risottorijst (het kan ook met volle rijst maar ik vind de smeuigheid van risottorijst niet te evenaren)
300g hokaidopompoen in dobbelsteentjes
1 versnipperde ui
2 tenen versnipperde knoflook
300 ml rode wijn
1 l hete groentebouillon (1 el morgabouillon in 1 l kokend water)
1 tl kaneelpoeder
1 tl komijnpoeder
3 kruidnageltjes
3 blaadjes laurier
1/2 tl chilipoeder
1 tl paprikapoeder
1 takje tijm
olijfolie
peper en zout

Rooster de rijst in een droge pan tot hij gaat geuren. Voeg een scheut olijfolie, look en ui toe en roerbak 3 minuten. Voeg de pompoen toe en roerbak nog eens 3 minuten. Blus met de rode wijn. Voeg de specerijen en kruiden toe. Roer goed door. Voeg nu beetje bij beetje de bouillon toe. Telkens als de rijst droog komt te staan; giet je er wat bouillon bij. De bouillon moet heet zijn! Anders koelt de rijst telkens weer af. Roer de rijst geregeld. Herhaal dit tot alle bouillon op is. Als de rijst romig en smeuig is en nog een lichte beet heeft, is hij klaar. Is de rijst nog te taai, dan voeg je nog wat heet water toe tot hij gaar is. Laat tien minuutjes rusten. Smaak af met peper en zout.

Indiase warmoes en linzen

Nodig voor vier

400g warmoes
300g groene linzen (Dupuy)
1 tl korianderpoeder
1 tl komijnpoeder
1 tl curcuma
1 tl curry
1 tl paprikapoeder
1/2 tl chilipoeder
2 tenen versnipperde look
0,5 l groentebouillon
0,5 l tomatenpassata
olijfolie
peper en zout

Snijd de stelen uit de warmoes en snijd ze in 1 cm smalle reepjes. Snijd het blad in 5cm brede repen.
Stoof de warmoesstelen met de knoflook in olijfolie aan. Voeg de linzen toe. Roerbak 3 min.
Voeg de kruiden, bouillon en tomatenpassata toe. Laat 20 minuten pruttelen op een laag vuur of tot de linzen zacht zijn. Voeg bouillon toe indien nodig. Voeg de blaadjes van de warmoes toe, roer om en zet het vuur uit. Laat 5 minuten rusten. Smaak af met peper en zout.