Zomers koolrabislaatje met aardbeienvinaigrette

De koolrabi jawel. Die pracht van een zomergroente waar ik het eens serieus met jullie over wil hebben. Want amai ik heb wat opgevangen! De groentesceptici onder jullie trekken blijkbaar al eens subtiel de neus op voor deze zachtaardige loebas ‘want hoor ik daar kool?’ En in koor: ‘Een kolige winter zal wel volstaan zeker? Dat de zomer daar ook moet aan geloven! Scheer je weg!’ Maar zet die weerstand maar even opzij want de koolrabi móet je gewoon leren kennen. Ik daag bij deze alle koolrabivrezers uit een koolrabi te schillen en er simpelweg plakjes van te snijden. Have a seat en proef! Kolig? Misschien een beetje. Maar ook fruitig! Intens krokant. Subtiel zoet. En karakter, mensen. Bakken karakter! Ja, deze kolige knol (of is het knollige kool?) heeft het allemaal.

Fruitig en fris

Het was zijn stoere fruitigheid die me tot dit recept bracht. Mijn favoriete boeren -die ze zelf kweken dus die kunnen het weten- zeiden ooit: ‘Zo’n koolrabi, recht van het veld, dat eet ik gewoon als een appeltje, zo uit het vuistje.’ En jawel, mensen, dat kan dus. Geef uw kinderen dus voortaan gerust koolrabischijfjes ipv appelschijfjes mee als tienuurtje.
Dat fruitige als aanzet dus. Maar wie mij kent, weet dat daar bij voorkeur nog wat fris constrast bij mag. En een vinaigrette natuurlijk. Want wat is de zomer zonder!

Een slaatje dus. Eenvoudig en snel. Voor jullie. Omdat het zomer is.

Proef de zomer van Velt

Dit stukje schreef ik ter ere van de zomerkeuken van Velt, een initiatief dat mensen wil inspireren om te koken volgens het seizoen. Seizoensgebonden koken verkleint je ecologische voetafdruk en is op die manier zacht voor ons milieu. Elk seizoen biedt je een schat aan groenten in alle kleuren, smaken en maten. De groentekalender van Velt verklapt je welke groenten dat zijn maand per maand.
Velt wil van elk seizoen een feest maken door samen te koken, eten en genieten. Geniet je graag mee? Maak dan jouw favoriete zomergerecht voor je vrienden, collega’s of familie. Laat via het  facebookevenement weten wat de zomerkeuken voor jou zo bijzonder maakt en win één van de mooie ecoprijzen. Geniet van jouw zomer!

Koolrabisalade met aardbeienvinaigrette 

Voor vier personen
1 grote of twee kleinere koolrabi’s
paar takjes munt
Sjalotje
1 el citroensap
peper en zout
80 g pijnboompitten
handje zoete rijpe bio aardbeien

Voor de vinaigrette
handje zoete rijpe bio aardbeien
1 el mosterd
100 ml saffloerolie (of andere slaolie)
50 ml appelazijn
peper en zout

Snijd de koolrabi in hele dunne frietjes. Besprenkel met citroensap en  breng op smaak met peper en zout. Hussel even door elkaar en laat rusten.

Versnipper het sjalotje en rits  de munt van de takjes
Rooster de pijnboompitten op een matig vuur tot goudbruin in een droge pan (loop niet weg want voor je het weet zijn ze zwart!)

Maak een vinaigrette door de olie, azijn, mosterd, aardbeien te mixen. Smaak af met peper en zout.

Dresseer de salade met de vinaigrette, werk af met pijnboompitten, munt en de overgebleven aardbeien. De liefhebbers kunnen nog garneren met vlokken zachte geitenkaas.

Serveer met gekruide looktoastjes of als bijgerecht bij een groenteBBQ of ander zomers feestgerecht.

 

 

 

Stem op de veggie kerstburger en win!

img_8110

Een paar weken geleden stak er een leuk mailtje in mijn bus. Of ik zin had om een kerstburger te maken voor de GourmetBar van Novotel. Deze vraag kadert in een bloggerwedstrijd waarbij tien bloggers zo’n feestelijke burger bedenken. De beste burger zal gedurende een maand geserveerd worden in elke GourmetBar van de Benelux! De GourmetBar gaat prat op zijn authentieke en pure keuken. Deze burgerwedstrijd mag dat graag bewijzen.

Een kerstburger jawel. Ik weet niet wat dat met jullie culinaire verbeelding doet maar in mijn oren klinkt dat als een uitdaging in smaak, kleur en textuur. Dus ik antwoordde dat ik wel wou meeburgeren als het een seizoensgebonden, biologische en veggie burger mocht zijn. En dat mocht!

Deze week werd het een drukte van jewelste achter mijn fornuis. Deze middag moesten daar dan ook nog beeldjes bij en aangezien het de allerkortste dagen zijn, was het van haastjerepje voor genoeg daglicht op mijn burger. Maar het is me gelukt! Het recept is er. De foto’s zijn er. En ik ben best blij met het resultaat. Ik heb er net eentje verorberd en geloof me, jullie willen hem ook proeven. Hartverwarmend, stoer en 100% plantaardig! Zo hebben we ze graag, niet?

Maar nu is het aan jullie, lieve kookeetleeflezers. Als jullie deze duurzame burger lusten, mogen jullie er immers massaal op stemmen! En dat is niet alles. Je kan er ook iets mee winnen! Ik mag namelijk een verwennachtje Novotel in de Benelux met GourmetBar naar keuze verloten. Reden genoeg om een veggie burger op de kaart van de GourmetBar te stemmen!

Stemmen op de burger is mogelijk vanaf 12 december. Hoe breng je je stem uit?

1.       Ga naar de GourmetBar Facebook pagina
2.       Daar vind je een fotoalbum met alle kerstburgers die een kans maken
3.       Like je favoriete burger (de kookeetleefburger op nr. 8 natuurlijk!)
4.       Stemmen kan tot dinsdag 20 december, op 21 december wordt de winnaar bekend gemaakt.

Maar nu het recept. Heel benieuwd naar jullie bevindingen!

img_8069

Burger van zwarte bonen en kastanjechampignons
Veenbessenbarbecuesaus
Bacon van boerenkool
Pompoenfrietjes

Voor vier burgers:
240g zwarte bonen (gekookt, uitgelekt)
150g kastanjechampignons
80g fijne havervlokken
1 tl nootmuskaat
1 tl tijm
1 el balsamicoazijn
1 el sojasaus
1 el ahornsiroop
peper
zout

Voor de saus:
1 ui
100g veenbessencompote
100g tomatenpuree
250ml rode wijn
1 el sojasaus
3 el ahornsiroop
1 el balsamicoazijn
1 tl kaneelpoeder
1/2 tl kruidnagelpoeder
1/2 tl nootmuskaat
2 blaadjes laurier
peper
zout

Voor de bacon:
200 g boerenkool
1 tl paprikapoeder
olijfolie
peper
zout

Voor de frietjes:
500g kastanjepompoen
olijfolie
peper
zout

Versnipper de sjalot en snijd de kastanjechampignons in brunoise. Roerbak in olie, blus met de balsamicoazijn, de sojasaus en de ahornsiroop. Doe de uitgelekte bonen erbij. Roerbak 3 min. Voeg peper, zout, nootmuskaat, havervlokken en tijm toe. Roerbak 3 min. Plet met vork of pureestamper tot een grof gehakt. Laat 10 minuten rusten (de havervlokken moeten het vocht kunnen opnemen).  Als de burgermix toch nog teveel kleeft, voeg je wat paneermeel toe.
Vorm burgers met je handen en bak die in een hete pan aan beide zijden goudbruin. (Je kan ze nadien op bakpapier nog tien minuutjes laten afbakken in een oven op 180°C.)

Versnipper de ui. Fruit in een hete pan met de nootmuskaat. Blus met de balsamico, sojasaus en ahornsiroop. Laat 3 minuutjes pruttelen. Voeg de rode wijn, veenbessen, tomatenpuree, kaneel en kruidnagel en laurier toe. Laat op laag vuur tien minuutjes zacht koken tot de saus indikt.

Verwarm de oven voor op 160°C. Rits de boerenkool van de steel, spoel ze en droog ze heel goed. Pluk in grote stukken. Doe in een kom, besprenkel met olijfolie. Voeg peper, zout en paprikapoeder toe. Masseer goed zodat de boerenkool volledig is ingevet.
Spreid uit op een bakplaat met bakpapier. Bak gedurende 20 minuten.De boerenkool moet knisperig zijn maar niet bruin!

Zet de oven op 180°C. Snijd de pompoen in frietjes. Spreid ze open op een bakplaat en masseer ze met olijfolie, peper en zout. Laat 30 min. bakken tot goudbruin. Ze moeten aan de buitenkant krokant zijn en aan de binnenkant zacht.

Beleg een burgerbroodje met de burger, flink wat saus en een paar stukjes boerenkool. Je kan nog afwerken met veldsla, augurkjes of wat zuurkool.

Serveer met de frietjes.

img_8118

Stoere linzenburgers

En jawel, ik heb nog meer peulvruchtlekkers voor jullie! En dit keer zijn die heerlijke linzen aan de beurt. Voor vegetariërs die de volle umami smaak van vlees zouden missen, linzen kunnen die goesting aan! Als je ze op de juiste manier kookt en op smaak brengt, zijn ze zo vol en stoer van smaak dat je er nooit genoeg van krijgt. Geen andere soort peulvrucht kan voor mij deze rijkheid evenaren.

Rode linzen prefereer ik in oosterse of Afrikaanse gerechten. Groene linzen draai ik liefst door mijn zuiderse, Franse en Belgische kost. Stoofpotjes, slaatjes en… burgers uiteraard! De gele en bruine liggen daar een beetje tussenin maar de groene en rode zijn de vaste gasten in mijn keuken.

Rode linzen houden van komijn, koriander, kaneel curry, cardamom, kokosmelk, chili, paprikapoeder, curcuma, citroengras en limoenblaadjes.
Groene linzen zijn echte diva’s in het gezelschap van laurier, kruidnagel, tijm, nootmuskaat,  rozemarijn, bonenkruid, zwarte peper, oregano, dille en dragon.

Wij gingen deze zomer voor een groenelinzenburger. En lekker dat die was!

img_3896
Stoere linzenburgers

Nodig voor acht burgers:
200g droge groene linzen (Ik vind Du Puy de lekkerste)
1 grote ui versnipperd
1 teen look geperst
1/2 rode paprika in brunoise
1 el balsamicoazijn
1 el currypoeder
1/2 tl chilipoeder
1 el (gerookt) paprikapoeder
250 g havervlokken
1 el bouillon (Morga) in 3 liter heet water
2 laurierblaadjes
1 takje tijm
olijfolie

Spoel de linzen grondig. Rooster ze even in een droge pan. Blus dan met de bouillon, voeg laurier en tijm toe en laat sudderen tot de linzen zacht gaar zijn. Zeef ze van het overgebleven kookvocht en verwijder laurierblad en tijm (dit vocht kan je nog perfect gebruiken als basis voor een soep of saus).

Stoof de ui en paprika met de look in een scheut olijfolie. Voeg de currypoeder toe. Blus met de balsamicoazijn. Voeg peper en zout toe naar smaak. Laat sudderen op laag vuur tot een lichtjes goudbruin.
Voeg toe aan de linzen. Voeg de havervlokken en het paprikapoeder toe. Meng goed en laat rusten. De havervlokken nemen nu het vocht op van de linzen en groenten. Smaak af met peper en zout. Als de linzen zijn afgekoeld, vorm je met je handen  ongeveer acht  burgers. Mocht het deeg nog te kleverig zijn, voeg je nog wat havervlokken of wat paneermeel toe.

Bak de burgers in hete olijfolie aan beide kanten goudbruin op een stevig vuur. Laat ze nadien op laag vuur langs beide zijden nog een beetje uitbakken.
Serveer op een broodje met augurk en ketchup of met gebakken aardappeltjes en een lekker slaatje.

 

 

 

Gekarameliseerde kikkererwten met citroen en tomaat

img_3966

Wie wil weten waarom ik het in deze blogpost alweer over peulvruchten heb, moet het vorige stukje lezen. Drie nazomerse receptjes met deze kanjers heb ik jullie beloofd dus hier komt nummer twee en die wordt ongetwijfeld een hit want eenvoudiger lekkers bestaat niet!

Kikkererwten zijn eindeloos. Falafel, humus, tajine en … gewoon simpelweg gebakken of geroosterd! Als het hier snel moet gaan, gooi ik gewoon een uitgelekte bokaal kikkererwten in een pan. Olijfolie, curry, look en een scheut balsamico erbij en goed goudbruin laten bakken tot ze knisperen en poffen. Lekker bij zowat elk gerecht. Ook koud een delicatesse, bij slaatjes of gewoon uit het vuistje als snack. Meer dan goedgekeurd door dochterlief. Allez, een voltreffer van formaat.
Maar tijdens de vakantie mag dat bakken wat meer hebben, niet? Dus maakten we gebakken kikkererwten de luxe. Genieten!

Gekarameliseerde kikkererwten met citroen en tomaat

Nodig voor vier
400g (droge) kikkererwten of twee bokalen van 250g (uitgelekt gewicht)
4 zongerijpte tomaten in partjes
1/2 citroen in maantjes
1/2 citroen geperst
3 el sojasaus
3 el ahornsiroop
1 el (gerookt) paprikapoeder
1 tl komijnpoeder
1 tl korianderpoeder
3 blaadjes laurier
2 kruidnagels
2 tenen geperste look
olijfolie

Week de kikkererwten gedurende minstens twaalf uur (de avond voordien in de week zetten is prima). Giet het weekvocht weg en spoel grondig. Laat gedurende minstens een uur koken in vier keer zoveel water. Schep tussendoor het schuim van het kookwater weg. De kikkererwten moeten goed gaar zijn maar niet platgekookt. Volledig gare peulvruchten zijn veel zachter voor je darmen.

Verwarm de oven voor op 180°C. Giet de goed uitgelekte kikkererwten in een ovenschaal. Voeg een gulle scheut olijfolie en alle andere ingrediënten toe. Hussel alles goed door elkaar. Laat gedurende 40 minuten (of tot de kikkererwten goudbruin worden) bakken. De schijfjes citroen zorgen voor de smaak maar je hoeft ze uiteraard niet op te peuzelen -net zoals de laurierblaadjes en de kruidnagels.

 

Healthy is funky… and damn tasty too!

Ik ontdekte Healthy is funky een jaar geleden op Instagram en was meteen fan van de frisse en speelse foodfoto’s van  Mich Baron, de vrouw achter dit swingend account. Dat daar een boek moest van komen, was niet meer dan een evidentie. En dat het een lekker boek is geworden, heb ik mogen proeven!

Carpe diem

De troeven van Healthy is funky zijn de positiviteit en de toegankelijkheid. Gezonde en (milieu)bewuste voeding kregen een hip kleedje waardoor het konijnenvoervooroordeel (hallelujah wat een woord!) met de grond gelijk werd gemaakt. Want gezond kan en mag megalekker en  ja zelfs al eens bourgondisch zijn!  Wie heeft immers ooit gezegd dat groenten geen sexappeal hebben en dat fruit geen rockallures bevat? In Healthy is funky spettert de levens-lust van elke bladzijde en daar wordt niet over gepredikt maar over gezongen! Elk gerecht verdient hier zijn eigen soundtrack.  Verleiden en genieten is de boodschap. En dat zullen we geweten hebben.

Meer met minder

De toegankelijkheid van het boek schuilt in de klare taal en ‘simpele’ gerechtjes maar laat het vooral duidelijk zijn: hier is simpel helemaal niet het synoniem voor saaie kost maar voor pure essentie. Less is more en dat bewijst Mich met verve. Op die manier wordt de drempel naar een nieuwe eetstijl veel lager. Iedereen kan lekker eten op tafel toveren en je hebt er geen koksdiploma, dikke portemonnee of uren tijd voor nodig. Hou het simpel en je scoort. Beperk je tot de essentie en het is elke dag feest aan jouw tafel.

O let’s burger baby

Om een kookboek te beoordelen, moet je er uit koken! Zo gezegd zo gedaan. Ik bladerde gisteren door Healthy is funky om me op het gevoel te laten lokken door een recept. En tja, ik heb een zwak voor de betere veggie burger én ik heb een boon voor boontjes dus werd het de rodebonenburger.
Nu moet mij toch eerst even van het hart dat heel wat veggie burgerrecepten veel beloven dat ze niet kunnen waarmaken. Daarmee bedoel ik dat ze je daar op de foto lekker sappig en met een krokant korstje liggen te lokken maar dat wanneer je zelf de opgegeven ingrediënten bij elkaar mixt en de burger in de pan bakt, je iets krijgt wat het meest lijkt op een wak plakkerig prakje. Helemaal geen burger dus.
Niet zo bij deze stoere bonenburger van Healthy is funky want deze jongen is de naam burger meer dan waard. Smaakvolle inborst, lekker korstje, stevige beet: een echte bink dus! Als ik iets moet opmerken dan is het dat de ahornsiroop voor mij niet hoeft. Ik vond de burger zoet genoeg door de ketchup en zou er dan eerder een lepel sojasaus aan toegevoegd hebben dan extra zoet. Iets meer ui mocht er van mij ook wel in maar misschien was mijn ui gewoon te klein.
Ik maakte zelf een sausje bij de  burger van half yoghurt half veganaise en een snuif gerookte paprikapoeder en serveerde hem lekker basic op een heerlijke biopistolet met een schijfje augurk, tomaat en veldsla. Eén ding is zeker: dit recept wordt een blijvertje en ik popel al om het op de dochter (11) uit te testen!

Van Mich mag ik jullie het recept verklappen maar geloof me: je wil het hele boek proeven! Healthy is funky is een must op de boekenplank van elke  feelgoodkitchen!

IMG_7465

Rodebonenburgers met zonnebloempitjes

Deze vegetarische burgers zijn makkelijk te maken en goedkoop. Steek de burgers tussen een volkorenbroodje, dat je bestrijkt met veganaise of cocktailsaus (zie bladzijde 98). Go & impress the people!

340g rode bonen (duurzame noot van kookeetleef: bij voorkeur niet uit blik, liever uit glas en het allerliefst droog gekocht en zelf gekookt)
30g havervlokken
30g zonnebloempitten
1/2 rode ui (of 2 lente-uitjes)
1 teentje knoflook (eventueel)
2 eetlepels ketchup
2 eetlepels ahornsiroop
1/2 tl chilipoeder
1/2 theelepel komijnpoeder (eventueel)
1 theelepel olijfolie of kokosolie
fleur de sel

Hoe maak je het?
Giet de rode bonen af in een vergiet, spoel ze af onder koud stromend water en laat ze goed uitlekken.
Doe de havermout en de zonnebloempitten in een blender en blend kort (tel tot 5).
Doe dan de bonen in de blender en blend kort (tel tot vijf).
Pel de rode ui en de knoflook.
Voeg de ui, de knoflook, de ketchup, de ahornsiroop, het chilipoeder en de komijn toe en blend kort (tel tot 5). Als het mengsel te droog is, voeg dan nog 1 eetlepel water toe, als het te nat is, voeg dan nog 1/2 eetlepel havervlokken toe.
Maak vier burgers van ongeveer 9 cm diameter van het mengsel en bak ze in de oven of in de pan.

In de oven:
Verwarm de oven voor op 180°C.
Leg de burgers op een vel bakpapier op een ovenrooster of een bakplaat.
Zet de burgers 20 minuten in de oven.
Draai de burgers om en zet ze nog 10 minuten in de oven.

In de pan:
Verhit de olie in de pan.
Zet het vuur op een hoge stand en bak de burgers 4 minuten.
Draai de burgers om, zet het vuur lager en bak ze nog 7 minuten aan de andere kant.

Variatie
Je kan de zonnebloempitten ook vervangen door pompoenpitten

IMG_3223

Met een sausje

patatas bravas 034

Belofte maakt schuld en aangezien de zomer nu echt begonnen is, laat ik jullie niet langer wachten op mijn beloofde sausjes om al jullie zomerslaatjes mee op te smukken, jullie BBQs mee te pimpen en jullie buddha bowls mee af te werken.

Een goed moment trouwens om jullie eerst nog eens te herinneren aan de sausjes die hier reeds de revue passeerden. Zoals deze óf deze yummy bbqsaus, dit verslavende pindasausje of deze lekker frisse appeltahindressing. Maar eigenlijk zijn de mogelijkheden en combinaties eindeloos. Zelf varieer ik heel wat op het basisrecept van een klassieke veganaise. Veganaise is niet meer dan een mayonaise waarbij je het eitje vervangt door een cup sojamelk. Variëren doe je door je favoriete smaakmakers toe te voegen. Wanneer je nadien aanlengt met water of yoghurt krijg je een lichtere variant. Zo’n veganaise bestaat immers bijna volledig uit olie. Komt nog bij dat ik een veganaise op basis van olijfolie -de betere olie- niet lekker vind. Ik gebruik dus meestal arachideolie. Hoe meer water je toevoegt aan je veganaises, hoe lichter en dus ook gezonder ze worden. Zelf heb ik een zwak voor de tahin-, peterseliecitroen- en misovariant maar je kan uiteraard ook een mosterd-, curry-, look-, paprika- of gelijk welke andere variant maken. Blijven experimenteren maar!

Geef in de comments gerust jullie sausjestips en -combinaties door. Benieuwd!

Basisveganaise

1 cup ongezoete (!) sojamelk
1 el mosterd
peper
zout
2 à 3 el witte wijn- of appelazijn (Ik heb mijn veganaise graag lekker zuur (3 el). Ik prefereer wijnazijn, de appelazijn is me te zoet.)
arachide- of zonnebloemolie (ontgeurde variant)

Doe de sojamelk en de mosterd in een maatbeker. Voeg een snuif peper en zout toe. Mix dit met je staafmixer tot een smeuiige emulsie. Voeg nu heel traag (een flinterdun stroompje) olie toe terwijl je blijft mixen. Beweeg de staafmixer op en neer zodat de olie snel wordt opgenomen. Wanneer je veganaise stevig begint te worden (het wordt dan moeilijker om te mixen), voeg je de azijn toe en mix je nogmaals goed door. Is je veganaise nu weer vrij lopend dan kan je nog wat olie, op dezelfde manier, toevoegen. De veganaise mag mooi stevig zijn. Je kan dan verdunnen tot de gewenste dikte met azijn of water (naargelang je zuurder of zachter wil). Smaak af met extra peper en zout indien nodig.

Tahindressing

Je maakt eigenlijk de basisveganaise maar je voegt bij de start een eetlepel tahin toe aan je sojamelk met mosterd. je kan eventueel ook nog een teentje geperste look toevoegen.
De azijn vervang je door citroensap. Volg verder het basisrecept.

IMG_2359
Peterseliecitroendressing

Deze versie start je door een gul handje peterselie (of andere groene (on)kruiden) en een stevige schijf citroen (volledig, met schil) mee te mixen met je sojamelk en mosterd. Je azijn kan je ook door citroen vervangen. Het schijfje citroen geeft een bijzondere en frisse ‘zing’ aan je dressing. Volg verder het basisrecept.

IMG_2868
Misodressing

Hier voeg je bij je sojamelk en mosterd een eetlepel misopasta toe. Je kan aanvullen met een theelepeltje geraspte gember als je dat lekker vindt. Vervang de wittewijnazijn eventueel door rijstazijn. Volg verder het basisrecept.

 

 

 

Het Bourgondische groentedieet ofte la mama!

Tijd voor een bekentenis. Ik eet en leef niet altijd even gezond. Zo. Het is eruit. In drukke of trieste tijden, laat ik me al eens serieus gaan. Als het druk is heb ik immers geen tijd (o flauw excuus) en als ik triest ben geen karakter. Voeg daaraan toe dat ik de laatste twee jaar heel wat minder beweeg aangezien ik mijn keukenjob inruilde voor een hoofdzakelijk zittend beroep (wat ik me overigens nog geen seconde heb beklaagd want zestien jaar horeca volstaat) en je hebt het ideale recept voor een uitdijende beweging. En daar kan ik niet altijd om lachen. Zeker niet in een pashokje met een poging tot nieuwe bikini. In de winter sta je daar minder bij stil alhoewel de broeken wel al iets lieten vermoeden. Weet je, een veggieburger blijft een burger en een extra portie van om het even wat blijft een extra portie. Mijn voorliefde voor een goed glas biowijn, ok twee, doet hier uiteraard nog een schepje bovenop.

Maar ik ben gelukkig niet alleen. Rondom mij gonst het de hele tijd van de goede voornemens die variëren van het old school calorieën tellen met de Weightwatchers,  het razendpopulaire vasten met de 5:2 regel, het verheerlijkte glutenarme Pascaleke  tot de rationele FODmappers. Om nog maar te zwijgen van de de fitgirls die Instagram onveilig maken met hun griezelige surfplankbuiken. Iedereen probeert al dan niet stiekem wel eens wat uit en hoewel gezond en met mate ofte de Polanaanpak (eat food.mostly plants. not too much.’) nog steeds het allerbeste is, biedt dat te weinig houvast voor de meesten onder ons. We willen graag een paar regeltjes om ons aan te houden, een paar do’s en don’ts, een godgans dieetgeloof bij voorkeur. Met mate is dan een gevaarlijk vaag begrip en het klinkt al helemaal niet sexy.

Toch wil ik me niet scharen achter één van de dieethypes en trouw blijven aan mijn geloof in echte verse biologische voeding, mijn voorkeur voor de vegetarische keuken en uiteindelijk ook wel aan mijn Bourgondische aard want die maakt mij nu eenmaal tot wie ik ben: een gulle en gulzige kok, een levensgenieter, een la mama achter haar fornuis (dat zou pas een mooie naam zijn voor een dieet! ‘FODmap jij nog steeds? Neen, ik doe nu de la mama!’ Klinkt als een dans in mijn  oren!)

Van minder eten krijg ik honger en als ik honger heb, ben ik niet te genieten. Ik heb me laten vertellen dat mijn maag na een paar weken wel inkrimpt en dat ik dat hongergevoel dan wel verlies maar ik heb naast honger ook nog eens geen geduld dus ik moest iets anders  verzinnen dat me wél een verzadigd gevoel oplevert, me mijn Bourgondisme  niet afpakt en toch wat kilo’s vreet. Toen ik wat rondneusde op Pinterest en de buddha bowls zag passeren, wist ik dat het die richting uit moest: grote (ja!) porties van verschillende soorten groenten (eat the rainbow!) met een beetje proteïnen (tofu, peulvruchten, tempeh, een eitje) en eventueel een beetje extra -want groenten zitten vol- koolhydraten (rijst, aardappeltjes, quinoa, gierst, boekweit) én (niet te vergeten) een goddelijk sausje (sausjespost is de eerstvolgende!). Ik ben nu een week bezig en het bevalt mij én de weegschaal. 80% van mijn bord bestaat uit groenten, 20% uit proteïnen, sausje en koolhydraten. Give it a try!

En om dat te vieren krijgen jullie mijn bord van gisteren cadeau!

IMG_7420

Salade van basmati met groene sojabonen (zie recept onder)
Sla met gestoomde broccoli en aardbeien (geen recept nodig)
Koolrabiplakjes met radijsjes en bosbessen (geen recept nodig)
Gebakken tofu met sesam, curry en kokos (zie recept onder)
Gewokte pijpajuin en kerstomaatjes (geen recept nodig)
Geroosterde worteltjes met gepofte look (zie basisrecept geroosterde groenten)

Salade van basmati met groene sojabonen

Voor twee
1 kop gekookte basmati (afgekoeld)
1 kop gekookte groene sojabonen (of andere bonen, afgekoeld)
handje versnipperde platte peterselie
sap van een halve citroen
1 el olijfolie
peper en zout

Alles mengen

Gebakken tofu met sesam, curry en kokos

Voor twee
250g tofu in blokjes
1 el geroosterd sesamzaad
1 el geroosterde geraspte kokos
2 el sojasaus
1 el ahornsiroop
1 el currypoeder
peper en zout
sap van een halve citroen

Bak de tofu gedurende drie minuten in een hete wok. Blus met het citroensap, de sojasaus en de ahornsiroop. Voeg de currypoeder toe. Roerbak vijf minuten. Voeg de kokos en het sesamzaad toe. Roerbak nog twee minuten.

IMG_7419