Pruimenvierkantjes voor mijn pappa

  ‘¡Ì$?ÿÖïÎr‚¹@<E ÷¢¢*9ò( ç¬'¤çÃÙ&~h$¶ý¦ßË7^74¯Á+êË*¥h1[‘¬»®ã¹½·¦r=_§¶«ƒø:••¬ª–?a£,v÷R|j`ýöÊېãâë…߇{yyõ§U„æ`=á{cÀ˜Pà*)@A#B	XIdWÿ×ïn**	 €gT¸(¦¸ †@Š¦á®=Áec—úG¥t”­”®àéGqÖÅpË«·¯‹i`Ü:’:|

Het is de eerste keer dat ik iemand een recept cadeau doe en de gelukkige moest mijn vader zijn. Want geen mens die mijn culinaire gaven met groter genoegen prijst als hij. Dit geschenkrecept is trouwens meer dan een recept. Het is een ode aan mijn vader. Het is een recept dat hem op het lijf is geschreven. Het is mijn manier om hem te tonen hoe graag ik hem zie.

Mijn vader is een kind van de herfst en dat seizoen past hem als gegoten. Deels omdat er geen mooiere melancholie geboren wordt dan uit dit lage licht, deels omdat er geen seizoen zo zwanger is van nevel -en dus van poëzie- als het najaar maar misschien vooral omdat de herfst vrucht draagt als geen ander. Mijn vader houdt immers van oogsten. En geen oogstrijker seizoen dan de herfst.

De pruimentijd mag dan begin oktober ten einde lopen , het moesten pruimen zijn. Want mijn vader houdt van pruimen. Die liefde kreeg hij met de paplepel mee. Zijn ouders hielden immers ook van oogsten. Ik herinner mij de boomgaard van mijn grootouders en de volle emmers met paars goud die wij er gingen halen voor liters confituur. Urenlang roerde mijn vader met een engelengeduld en een rust waar ik rustig van werd – en nog steeds word- in pruttelende potten tot de perfecte consistentie ontstond waarmee hij potjes vulde voor een winter lang boterhamplezier. Ook nu nog roert hij elke zomer, maar dan in zijn eigen pruimen, uit zijn eigen boomgaard.

Ja, het moet gezegd worden. Ook al zou je het hem niet aangeven, gematigd en zelfs vaak asceet als hij is, mijn vader is een onverbeterlijke ‘zoetemuil’. Bij het zien van lekkere koekjes of gebak gaan zijn ogen glinsteren en zijn oren flapperen als was hij weer een kind. Met een ondeugende snoet neemt hij  ‘toch nog een stukje’. Het moest dus gebak zijn. Gebak met pruimen en nootjes. Want mijn vader houdt van nootjes. Daar heb ik een mooie anekdote over maar die ga ik nu niet vertellen. Die bewaar ik voor als hij 80 wordt.

pruimenvierkantjes 104-2

Pruimenvierkantjes voor pappa

800g pruimen
200g peren
500g havervlokken
300g speltmeel
200g koude boter
100g zonnebloempitten
100g amandelschilfers
400g dadels
250g amandelmeel
200g walnoten
2 snuifjes zout
150 ml kokosvet
250g ruwe rietsuiker
1 tl cardamom
1 vanillestok
sap van 1 citroen

Ontpit de dadels en week ze gedurende 30 minuten in heet water. Doe de walnoten in een foodprocessor of hakmolentje en hak ze fijn. Voeg de dadels, het amandelmeel en een snuifje zout toe en mix tot een glad deeg.

Warm de oven voor op 180°C. Bekleed een bakvorm van 40 op 30cm met bakpapier en stort het deeg daarin. Duw met je handen gelijkmatig aan tot de hele bodem bedekt is. Plaats gedurende 10 minuten in de oven. Haal uit de oven en zet opzij.

Ontpit de pruimen en schil de peren, verwijder het klokhuis. Snijd peren en pruimen in heel kleine blokjes (of verhaksel ze grof in de foodprocessor). Doe ze in een kookpot. Snijd de vanillestok open zodat het merg vrijkomt. Voeg 150g suiker, de vanillestok, het citroensap en de cardamom toe aan de pruimen en peren en laat 10 minuten inkoken tot je een stroperige compote hebt. Verwijder de vanillestok. Zet opzij.

Meng de havervlokken met het meel en de 100g overgebleven rietsuiker. Voeg een suifje zout toe. Snijd de boter in blokjes en voeg toe. Wrijf met je handen de boter door de vlokken en het bloem tot je een kruimelig deeg hebt. De boter moet volledig gemengd zijn met de bloem. Voeg de amandelschilfers en de zonnebloempitten toe en meng ze onder het deeg.

Stort de pruimenperencompote op het dadelamandeldeeg en spreid gelijkmatig uit. Strooi de crumble over de compote.

Plaats gedurende 25 minuten in de oven of tot mooi goudbruin. Laat afkoelen. Snijd de crumble in vierkantjes. Heerlijk met een bolletjes vanille-ijs of wat vanillepudding.

Mijn pappa kreeg zijn recept cadeau in deze verpakking.

pruimenvierkantjes 140-2

Advertenties

La cucina Verde. Groenten uit Italië.

133

Het jongste boek van het koksduo Kristin Lybaert en Miki Duerinck mag je dan goesting geven om je koffers te pakken en naar het zuiden af te zakken, dat is eigenlijk nergens voor nodig want met La Cucina Verde haal je Italië gewoon lekker zelf naar je keuken. En dat is niet eens moeilijk. Sommige kookboeken halen het misschien niet verder dan de salontafel, dit boek zal gebruikt worden. Geen ingewikkelde recepten, geen ellenlange ingrediëntenlijsten. Gewoon eenvoudige lekkere en uiteraard vegetarische kost.

Ook al vereenzelvigen we Italië deze dagen met pizza, pasta en lasagna, de culinaire traditie van dit land is veel rijker dan dat en was bovendien een echte groentekeuken. Oorlogen en andere rampen maakten van de Italianen geen mopperaars -daar stak die zon en het landschap wel een stokje voor- maar heel vindingrijke koks die van een hoopje schillen of een restje brood de lekkerste gerechten op tafel toverden. Je zou de Italianen de meesters van de restjes kunnen noemen maar eigenlijk bestaan restjes in de authentieke Italiaanse keuken eigenlijk gewoon niet. Restjes zijn volwaardige ingrediënten en de aanzet tot een nieuw en vaak nog lekkerder gerecht. Italianen spelen met hun eten, zoals ik het het liefste zie.

Met die heerlijke Italiaanse keuken gaan Kristin en Miki nog een stapje verder door vlees en vis en vaak ook zuivel overbodig te maken in een aantal Italiaanse klassiekers. Niks is voor een veggie kok een leukere uitdaging dan een plantaardige versie verzinnen van klassieke vlees- of visgerechten. Ik deed het met mijn tofu-au-vent, linzenballetjes in tomatensaus en seitanstoverij en dit boek is in dat opzicht een heerlijke aanvulling op mijn repertoire met tal van nieuwe gerechtjes als een vegan parmigiana en romige tiramisu.

Ballengek als ik ben, ging ik ook in dit boek voor een ballenrecept: de aubergineballetjes. En dat was een succes! De heerlijk vlezige en sappige structuur  van de aubergine met het frisse van de munt en basilicum kunnen mij krijgen. Ik voegde wel nog wat havervlokken toe omdat mijn balletjesdeeg te slap was om balletjes te rollen. Ook voegde ik nog wat lookpoeder toe omdat ik de balletjes net iets te flets vond van smaak. Maar dat is natuurlijk persoonlijk. Lekker waren ze zeker!

Ik serveerde ze met een frisse yoghurtkruidensaus en dat hadden deze stevige ballen wel nodig. Volgens mij zouden deze balletjes het ook prima doen in een pittige tomatensaus en zo een prima alternatief vormen voor echte gehaktballetjes in tomatensaus. In het algemeen miste ik in het boek wat sausreceptjes maar ik ben dan ook een echte sausfreak.

De koude dagen mogen dan in aantocht zijn, met dit boek houd ik zolang mogelijk de zomer in huis. Jullie ook?

Polpette di melanzane ofte aubergineballetjes

In Italiaanse recepten wordt oud brood vaak hergebruikt als bindmiddel. Dat is ook het geval bij deze eenvoudige aubergineballetjes. Ze hebben een zachte vulling en krijgen vanzelf een korstje.

Voor 25 balletjes
300g aubergine
100g oud volkorenbrood
50g parmezaanse kaas of 25g edelgistvlokken (ik gebruikte gistvlokken)
50g pijnboompitten
50g boekweitmeel (ik gebruikte speltmeel)
1/2 bosje basilicum
1 takje verse munt, gehakt, of 1 koffielepel gedroogde munt (of de inhoud van 1 theezakje)
frituurolie (ik bakte de balletjes in de pan met olijfolie)
peper en zout

1. Snijd het kroontje van de aubergine, prik de schil hier en daar in met een mes en leg ze 6 minuten in de microgolfoven op de hoogste stand. Of snijd de aubergine in de lengte middendoor, leg ze met de schil naar onderen op de bodem van een stoommandje en stoom ze 15 minuten. Laat ze afkoelen.

2. Mix de ongepelde aubergine en het brood samen met de Parmezaanse kaas of de edelgistvlokken, de pijnboompitten en de groene kruiden.

3. Roer het boekweitmeel erdoor en kruid het mengsel met peper en zout.

4. Laat het mengsel 10 minuten rusten zodat het brood het vocht kan absorberen.

5. Vorm balletjes ter grootte van een grote knikker. Dat lukt het best met natte handen.

6. Verwarm de frituurolie op 170°C en, frituur de balletjes goudbruin.

110

 

 

Thaise wortelballetjes

IMG_8930

In vroeger tijden was de oogsttijd een reden om uitgebreid te feesten en dankbaar te zijn voor al het lekkers dat de natuur ons zomaar cadeau doet. Velt vzw wil deze dankbaarheid graag in eer herstellen door te genieten van de seizoenen en hun weelde tijdens de week van de herfstkeuken. De hele week krijg je recepten, tips en allerlei activiteiten op je bord maar het is vooral hét moment om je favoriete herfstgerecht klaar te maken en het te delen met je vrienden, buren of familie.

Ik maakte ter ere van dit herfstfeest een nieuw balletje! Wie mij al een tijdje volgt, weet dat ik het voor ballen heb. Zo konden jullie al proeven van de linzenballetjes in tomatenabrikozensaus en de Griekse rijstballetjes met spinazie, feta en zwarte olijven. Deze balletjes zijn minstens even lekker en passen perfect bij de gouden gloed van de herfst. Bovendien zijn ze lekker pittig en dus verwarmend. Ze zijn poepsimpel om te maken en je kan er prima restjes granen en wortels mee verwerken. Je kan ook meteen een heel leger maken, ze voorbakken en invriezen voor later. Leg dan wel wat bakpapier tussen de balletjes zodat ze niet aan elkaar gaan kleven. Ze passen prima in de lunchbox of brooddoos en ze doen het ook heel goed als aperitiefhapje. En wat misschien het allerleukste is: ze zijn laagdrempelig voor de kieskeurige eter! Niks dan troeven dus.

IMG_8926

Thaise wortelballetjes

Nodig voor 20 balletjes (allez ongeveer, ik heb ze eerlijk gezegd niet geteld…)
800g gekookte granen (couscous is mijn favoriet maar basmati doet het ook prima!)
250g geraspte wortels
3 versnipperde pijpajuintjes
1 el pindakaas
1 el tomatenpuree
1 tl sambal oelek
1 el currypoeder
1 el geraspte gember
1 tl geperste look
3 el sesamzaadjes

Meng alle ingrediënten door elkaar in een kom. Met mengen bedoel ik eigenlijk echt knijpen met je handen alsof je deeg kneedt voor een brood zodat alle ingrediënten een stevige licht kleverige structuur krijgen. Alles moet aan elkaar plakken maar het balletjesdeeg mag toch niet te nat zijn. Je moet met je handen balletjes kunnen rollen. Dit rollen is een beetje anders dan wanneer je balletjes maakt van gehakt. Je moet eigenlijk afwisselend een beetje aanduwen en rollen (Eigenlijk moet ik hier eens een youtubefilmpje van maken). Lukt het je toch niet de textuur goed te krijgen dan kan je een eitje (of twee) toevoegen om alles op die manier beter te laten kleven (maar eigenlijk is dit niet nodig als je hard genoeg kneedt). Is je balletjesdeeg te nat (wat bij dit recept normaal echt niet gebeurt want echt natte ingrediënten gebruiken we niet, tenzij je je granen niet goed hebt laten uitkoken), dan kan je wat paneermeel, broodkruim of bloem toevoegen. Maar dit is due echt een laatste redmiddel als je de voorbereiding niet goed hebt uitgevoerd (u weze gewaarschuwd!).

Laat een pan met een uitstekende antikleeflaag (essentieel!) goed heet worden met een gulle bodem olie en bak daarin de balletjes goudbruin. Laat ze regelmatig door de pan rollen door te schudden zodat ze egaal kleuren. Laat ze nadien even uitlekken op keukenpapier. Je kan de balletjes natuurlijk ook frituren maar dat maakt ze uiteraard vettiger en dus minder gezond.

Deze balletjes zijn in hun nopjes in het gezelschap van een sweet chilisaus of een zoete sojasaus. Om er een volwaardige maaltijd van te maken kan je ze serveren met een wokje of een curry.

IMG_9065

 

 

Herfstlasagna van warmoes en pompoen

IMG-0048

Ben jij ook zo verliefd op september? Het goud van de Indian Summer. Gefilterd licht -als het niet regent tenminste.  Fruit, groenten, kruiden, bloemen: alles bereikt het toppunt van rijp zijn. Je hoort de natuur bijna uit haar voegen barsten. Hier en daar sluimert reeds zacht verval. De herfst is voor de natuur als de barok voor de kunst. Overdaad, gejubel, opschepperij. Een beetje te veel van het goede. Een bijna voorbij. Maar we wentelen er ons met graagte in. Als in een warm bad. Als in stroop. Het classicisme van de winter brengt straks ascese en noodgedwongen -maar broodnodige- rust. Nu nog niet. Nu vertoeven we in het land van de krekel. We oogsten, we eten en we slapen onze roes uit.

Na een zomer vol bergen, was het weer wennen aan de stad.  Zoeken naar manieren om te blijven ademen. Met het hoofd in de nek naar de lucht kijken omdat dat hier de enige vorm van verte is. En wanneer het even kan: ontsnappen naar een zeldzaam stukje natuur aan de rand van het betonnen leefgebied dat wij stedelingen thuis noemen. Zucht.

Daarom wil ik mijn eten uit de grond blijven halen. Om te geloven dat er nog zoiets als aarde bestaat. Het Wijveld is voor mij allang geen groentewinkel in openlucht meer. Het is uitzicht, een extra long, therapie. En september waardig, tiert dat stukje hemel op aarde nu welig. Zachte bedden vol lonkend volrijp leven lokken mij erheen.

En dan is het eindelijk zover. Geen groter genot dan het oogsten van de eerste hokkaido pompoenen. Hun zwaarte draag ik met gemak omdat ze me onderweg al tal van mogelijkheden toefluisteren. Gaande van taart tot friet, van smoothie tot stoofpot. Pompoenen zijn ronde dozen gevuld met de beste troost tegen de winter die komt. Barokke grootmeesters. Niet voor niets veranderen ze in koninklijke koetsen als er ergens wordt getoverd .

Geen blad dat gretiger blinkt dan dat van de warmoes. Nochtans wordt deze groente niet even gretig geoogst als bijvoorbeeld spinazie. Hoe dat komt, wil ik niet begrijpen. Ik kan geen beter excuus verzinnen dan ‘onbekend is onbemind’ en daar valt wat aan te doen. Daarom  verklap ik jullie eerst de essentiële basisbereiding van warmoes.

Warmoes bereiden

Je moet één ding weten om warmoes goed te kunnen klaarmaken: Het blad moet van de steel! Deze twee delen van de plant hebben een compleet verschillende structuur en dat moet gerespecteerd worden tijdens de bereiding. De steel kan tegen een stootje en wil dus graag heet vuur en een goede lik olie. Snijd de steel uit het blad in een omgekeerde v-vormige beweging. De steel loopt immers uit op een punt in het blad. Snijd de steel in reepjes van 1 cm en stoof die op hoog vuur in een pan of wok met kruiden naar keus. Denk aan het stoven van een ui. Je wil dat de steel glazig wordt en zacht. Pas als dat het geval is, voeg je het blad toe. Het blad mag in grote repen van wel 10 cm worden toegevoegd. Snijd het dus niet fijn. Je kan de bladeren zelfs met de hand scheuren i.p.v. ze te snijden.  Nu volgt het belangrijkste: roerbak de warmoesbladeren twee tot vier minuten mee en zet dan het vuur UIT. Het blad zal zacht worden en smelten in de restwarmte maar niet volledig verpieteren. De stevige beet blijft op die manier bewaard.

Warmoes doet het prima in een pikante tomatensaus met rode ui of gebakken in look en sojasaus afgewerkt met een druppel geroosterde sesamolie. Maar voor de lasagna maakte ik de warmoes klaar met een zachte vegan bechamelsaus op basis van gistvlokken. Onweerstaanbaar lekker zeg ik u!

Pompoen, de publiekslieveling en warmoes, het onbekende blad, ontmoeten elkaar in deze hartige herfstlasagna en bewijzen maar weer eens dat opposites attract. Het zoete en zachte van de pompoen krijgen de nodige weerstand van het stoere, aardse van de warmoes. Dit is misschien een iets uitgebreidere bereiding dan jullie van mij gewend zijn maar hij is zooo lekker dat ik hem jullie niet wou onthouden. Je kan uiteraard de pompoen de dag voordien al roosteren om het werk wat te spreiden. Maken maar!

IMG-0254

Herfstlasagna van warmoes en pompoen

Voor een ovenschotel voor ruim 6 personen

800g hokkaidopompoen
300g warmoes
15 grote lasagnavellen
250g gekookte kikkererwten (of één bokaal)
1 liter tomatenpassata
1 el bouillonpasta
een half glas rode wijn
2 tenen look
6 blaadjes salie
400 ml sojaroom
2 el gistvlokken
1 tl paprikapoeder
1 tl currypoeder
1 el balsamico
1 el sojasaus
1 takje tijm
2 blaadjes laurier
olijfolie
peper en zout

Verwarm de oven voor op 200°C. Was de hokkaido grondig (borstel de schil met een hard groenteborsteltje met overvloedig water). Verwijder de pitten. Snijd in plakken van een één centimeter en schik in een ovenschaal. Pers de tenen look. Voeg toe aan de pompoen samen met 2 eetlepels olijfolie, de versnipperde blaadjes salie en peper en zout. Meng alles heel goed door elkaar met je handen. De pompoen moet volledig ingevet zijn met olie. Plaats in de oven en laat gedurende een half uur bakken. Hussel regelmatig even om om aanbakken te voorkomen. Prik met een vork of de pompoen zachtgaar is. Haal hem dan uit de oven en zet even opzij.

Snijd de warmoes zoals hierboven beschreven. Bak de stelen. Voeg de room en de gistvlokken toe. Laat 3 minuten sudderen. Voeg het blad toe. Zet het vuur uit en zet opzij.

Giet de kikkererwten af en laat uitlekken. Laat een pan heet worden met olijfolie en bak daarin de kikkererwten met het paprikapoeder en de curry tot ze knisperig worden. Blus met balsamicoazijn en sojasaus. Zet opzij.

Giet de tomatenpassata in een pot. Voeg de rode wijn, tijm, laurier en de bouillon toe en breng aan de kook. Laat op zacht vuur gedurende 10 minuten inkoken. Voeg de kikkererwten toe.

Neem een ovenschotel. Beleg de bodem met een laagje warmoes met saus. Bedek met een laagje pompoen. Dek af met lasagnavellen. Voeg nu een laagje tomatensaus met kikkererwten toe.  Dek af met lasagnavellen. Herhaal dit procede nog een keer. Eindig met een laatste laag warmoes en beleg die met de laatste stukjes pompoen. De liefhebbers kunnen afwerken  met wat geraspte kaas om te gratineren (maar dit is eigenlijk echt niet nodig want de lasagna is machtig genoeg).
Plaats in de oven gedurende 30 minuten. Prik om te kijken of de lasagnavellen goed gaar zijn.

Serveer met een lekkere groene herfstsalade met walnoten, druiven en een mosterdvinaigrette

 

Groentebuffet voor zomerfeestjes

unnamed

De zomerkeuken is gevlogen. Een week lang genoot ik met volle teugen van al het enthousiasme, de vele verhalen en receptjes, de zwoele sfeer -want wat was het heet! Ik hoop dat jullie elkaar ook verwend hebben en genoten van zomers lekkers, verfrissende drankjes, verkoelende ijsjes, pittige barbecues, luie picnics en vooral van het fijne samenzijn.

Samen

Want laat ons wel wezen: genieten van eten doe je liever niet alleen -dat geldt trouwens voor de meeste fijne dingen, knipoog. Samen eten is meer dan eten. Het is tijd nemen, thuiskomen, loslaten. Vaak is het het enige moment van de dag dat we nog echt samen doorbrengen met het gezin. Een van de weinige rituelen die overeind zijn gebleven.

Ik heb een droom

De tafel als een plek waar je altijd welkom bent en het eten erop als een feest.  Ik hoop dat de seizoenskeukens en het samenkoken van Velt dit in  de toekomst alleen maar zullen versterken. Dat ons pleidooi voor een gedeelde tafel mensen voedt. Met eten en met goesting om van die tafel een hele lange te maken.

Dankjewel

Ik wil al wie de smaak van de zomer met ons mee vierde dan ook graag bedanken.  Alle smulpapen met honger naar duurzame voeding, alle lekkere zomerbloggers, al die unieke ondernemers die de zomerkeuken steunden met hun mooie eco giveaways. Jullie, allemaal. En hoe kan ik dat beter doen dan met een zomers buffet. Voor de vakantiemaanden die komen. Voor de lange avonden aan de tuintafel. Voor de zomerhonger. Geniet!

 

Zomers buffet

Zoete aardappel- en witte bonenhumus

Voor 4 personen
Twee zoete aardappels
200g gekookte witte bonen
2 tenen look
Olijfolie
Sap van 1 citroen
1 tl garam masala
1/2 tl cayennepeper
Peper en zout

Je kan de aardappelen de dag voordien al roosteren. Verwarm de oven voor op 180°C. Was de aardappelen en prik de schil een paar keer in. Kneus de tenen look lichtjes met het plat van een mes. Plaats aardappelen en look in een ovenschaal. Besprenkel gul met olijfolie. Kruid met peper en zout. Hussel alles goed door elkaar. De look en aardappelen moeten volledig bedekt zijn met olie. Plaats in de oven gedurende een uur. De aardappelen zijn nu helemaal zacht vanbinnen. Laat ze afkoelen. Haal de look en de aardappelen uit de schil en mix met een goeie scheut olijfolie, het citroensap, de cayenne en de garam masala. Dien op met wat verbrokkelde feta en verse koriander, munt of basilicum

Currywokje van tofu, tempeh en courgette

Voor vier
150g (gerookte) tempeh
150g tofu
1 courgette
1 el donker mosterdzaad
1 el currypoeder
1 el sojasaus
1/2 el ketjap
1 teen geperste look
1 kopje groentebouillon
arachideolie
peper en zout

Snijd courgette, tofu en tempeh in dobbelsteentjes. Laat een wok heet worden met een scheut arachideolie. Doe de tempeh en tofu in de pan. Voeg de look, curry en het mosterdzaad toe en laat 5 minuten bakken. Roer af en toe maar niet te vaak om een mooi korstje aan de tofu te krijgen. Anders verkruimelt hij snel. Blus met de sojasaus, ketjap en de groentebouillon. Voeg de courgetten toe en roerbak nog 5 minuutjes. Smaak af met peper en zout.

Zwarte linzensalade met rode besjes en sluimererwten

Voor vier
300g zwarte linzen (stevige groene linzen kunnen ook)
100g sluimererwten
100g rode (of witte of zwarte) besjes
1 sjalotje
1 el rode wijnazijn
2 el olijfolie
Peper en zout

Kook de linzen in overvloedig water. Giet af wanneer ze net zacht genoeg zijn maar nog niet uit elkaar vallen. Spoel goed koud in een vergiet en laat afkoelen.
Verwijder het steeltje en draadje van de sluimererwtjes en stoom ze in een stoommandje.
Versnipper het sjalotje.
Rits de rode besjes van hun steeltjes.
Meng voorzichtig door elkaar met de olijfolie en rode wijnazijn. Breng op smaak met peper en zout.

Tabouleh van bulghur trostomaatjes, zwarte olijven en munt

Voor vier
300g bulghur
10 trostomaatjes
10 zwarte olijven zonder pit
bosje munt
bosje platte peterselie
sap van 1/2 citroen
olijfolie
peper en zout

Doe de bulghur in een kom. Voeg dubbel zoveel kokend water toe. Voeg 3 eetlepels olijfolie, een snuif zout  toe. Meng goed en laat 20 minuutjes wellen.
Snijd ondertussen de tomaatjes in partjes. Hak de munt en de peterselie.
Snijd de olijven in de lengte in 4.
Als de bulghur lauw is, voeg tomaatjes, munt, peterselie, olijven en het sap van halve citroen toe. Meng alles door elkaar. Smaak af met peper en zout.

Zoete chilitomatendip

Voor een bokaal
6 heel rijpe tomaten (of 250 ml passata)
2 el tomatenpuree
1 rode ui
1 el sambal
1 el sojasaus
1 el ahornsiroop
1/2 el currypoeder
1/2 tl komijnpoeder
1/2 tl korianderpoeder
peper en zout

Mix alle ingrediënten in een blender of met een staafmixer

Fetasalade met blauwe bessen en zonnebloempitten

Voor vier:
1/2 krop sla
100g feta
100g blauwe bessen
100g zonnebloempitten

Rooster de zonnebloempitten in een droge pan tot ze goudbruin kleuren en gaan geuren.
Pluk de blaadjes van de sla en spoel. Zwier droog in een slazwierder.
Scheur de bladeren nog wat kleiner in een kom. Verbrokkel de feta. Verdeel samen met de bessen en de zonnebloempitten over de sla. Dien op met de kruidenvinaigrette.

Tuinkruidenvinaigrette

Voor een bokaal:
handvol zomerse tuinkruiden als munt, basilicum, dragon, dille, peterselie, oregano.
100 ml slaolie
50 ml Rode wijnazijn
1 el mosterd
peper en zout

Verwijder de harde steeltjes van de kruiden. Hak ze fijn. Doe alle ingrediënten in een bokaal. Draai het deksel erop en schud goed tot je een mooie emulsie hebt.

 

Zomers koolrabislaatje met aardbeienvinaigrette

IMG_8795

De koolrabi jawel. Die pracht van een zomergroente waar ik het eens serieus met jullie over wil hebben. Want amai ik heb wat opgevangen! De groentesceptici onder jullie trekken blijkbaar al eens subtiel de neus op voor deze zachtaardige loebas ‘want hoor ik daar kool?’ En in koor: ‘Een kolige winter zal wel volstaan zeker? Dat de zomer daar ook moet aan geloven! Scheer je weg!’ Maar zet die weerstand maar even opzij want de koolrabi móet je gewoon leren kennen. Ik daag bij deze alle koolrabivrezers uit een koolrabi te schillen en er simpelweg plakjes van te snijden. Have a seat en proef! Kolig? Misschien een beetje. Maar ook fruitig! Intens krokant. Subtiel zoet. En karakter, mensen. Bakken karakter! Ja, deze kolige knol (of is het knollige kool?) heeft het allemaal.

Fruitig en fris

Het was zijn stoere fruitigheid die me tot dit recept bracht. Mijn favoriete boeren -die ze zelf kweken dus die kunnen het weten- zeiden ooit: ‘Zo’n koolrabi, recht van het veld, dat eet ik gewoon als een appeltje, zo uit het vuistje.’ En jawel, mensen, dat kan dus. Geef uw kinderen dus voortaan gerust koolrabischijfjes ipv appelschijfjes mee als tienuurtje.
Dat fruitige als aanzet dus. Maar wie mij kent, weet dat daar bij voorkeur nog wat fris constrast bij mag. En een vinaigrette natuurlijk. Want wat is de zomer zonder!

Een slaatje dus. Eenvoudig en snel. Voor jullie. Omdat het zomer is.

Proef de zomer van Velt

Dit stukje schreef ik ter ere van de zomerkeuken van Velt, een initiatief dat mensen wil inspireren om te koken volgens het seizoen. Seizoensgebonden koken verkleint je ecologische voetafdruk en is op die manier zacht voor ons milieu. Elk seizoen biedt je een schat aan groenten in alle kleuren, smaken en maten. De groentekalender van Velt verklapt je welke groenten dat zijn maand per maand.
Velt wil van elk seizoen een feest maken door samen te koken, eten en genieten. Geniet je graag mee? Maak dan jouw favoriete zomergerecht voor je vrienden, collega’s of familie. Laat via het  facebookevenement weten wat de zomerkeuken voor jou zo bijzonder maakt en win één van de mooie ecoprijzen. Geniet van jouw zomer!

Koolrabisalade met aardbeienvinaigrette 

Voor vier personen
1 grote of twee kleinere koolrabi’s
paar takjes munt
Sjalotje
1 el citroensap
peper en zout
80 g pijnboompitten
handje zoete rijpe bio aardbeien

Voor de vinaigrette
handje zoete rijpe bio aardbeien
1 el mosterd
100 ml saffloerolie (of andere slaolie)
50 ml appelazijn
peper en zout

Snijd de koolrabi in hele dunne frietjes. Besprenkel met citroensap en  breng op smaak met peper en zout. Hussel even door elkaar en laat rusten.

Versnipper het sjalotje en rits  de munt van de takjes
Rooster de pijnboompitten op een matig vuur tot goudbruin in een droge pan (loop niet weg want voor je het weet zijn ze zwart!)

Maak een vinaigrette door de olie, azijn, mosterd, aardbeien te mixen. Smaak af met peper en zout.

Dresseer de salade met de vinaigrette, werk af met pijnboompitten, munt en de overgebleven aardbeien. De liefhebbers kunnen nog garneren met vlokken zachte geitenkaas.

Serveer met gekruide looktoastjes of als bijgerecht bij een groenteBBQ of ander zomers feestgerecht.

 

 

 

Kikcurry

IMG_8725

Jullie wisten het allang. Ik ben een rasechte Bourgondiër en dat uit zich in een  onstilbare goesting naar eten met pak aan: robuuste stoofpotten, salades met flink wat vinaigrette en heel rijkelijk belegd brood. En dat brood is sinds kort in zijn nopjes want ik ontdekte het broodbeleg van mijn dromen. Het heeft alles waar ik dol op ben: smeuïgheid, pit, kleur en een stevige beet. En dat allemaal op basis van één van mijn culinaire favorieten: de kikkererwt.

Het begon allemaal toen ik op smoelboek een foodfilmpje zag passeren waarbij groenten, kruiden en kikkererwten grof werden gemixt met een cream cheese. Dat leek me wel wat dus probeerde ik meteen een versie uit met curry want curryslaatjes zijn mijn meug.

Sindsdien kan je deze voltreffer niet meer wegdenken uit onze koelkast en in onze brooddoos want als broodbeleg, dip of op een toastje: dit slaatje doet het gewoon. Kikcurry -dankjewel Barbara van i love eco voor de naamgeving van het kind- is een toppertje. Én simpel, én snel, én betaalbaar! Helemaal in Kookeetleefstijl dus. En laat ik jullie verklappen dat dit pas het begin is van een nieuw culinair avontuur want als kikcurry kan dan moet kik…. en kik…. (vul in naar believen!) toch ook kunnen? Doe je mee? Kik erop los en laat weten welk kik…slaatje jij met succes uitprobeerde.

IMG_8708

Kikcurry

200g gekookte kikkererwten (of een uitgelekte bokaal)
80g creamcheese (vegan varianten zijn er ongetwijfeld!)
1 sjalotje
Peper en zout
1/2 el currypoeder
1 el sojasaus
1/2 el balsamicoazijn
1/2 el ahornsiroop
1/2 el lookpoeder

Laat een pan met olijfolie goed heet worden. Bak de kikkererwten tot ze goudgeel worden en gaan knisperen.  Kruid met het lookpoeder. Blus met de sojasaus, balsamicoazijn en ahornsiroop. Laat afkoelen

Versnipper het sjalotje. Doe samen met de creamcheese in een foodprocessor of maatbeker. Voeg de afgekoelde kikkererwten toe en mix een paar keer kort maar hevig (de pulsestand). Zo heb je nog voldoende beet maar toch de smeuïgheid van een slaatje. Kruid af met peper en zout.

Optioneel maar zeker een aanrader: Voeg wat fijngesneden kerstomaatjes en peterselie toe.

Bewaar in een kraakschone bokaal tot een week in de koelkast.